Dossier Palmolie

De palmolie paradox

De palmolie paradox

21 februari 2011

Palmolie is superveelzijdig. Maar ook superproblematisch. De olie wordt verwerkt alledaagse producten zoals zeep, shampoo, pindakaas, sauzen en cosmetica. Palmolie is ook populair als biomassa voor de opwekking van 'groene' stroom en als ingrediënt voor biodiesel en biokerosine.

De olie wordt uit de vruchten van de tropische oliepalm geperst. Helaas zijn de gevolgen van de populariteit van palmolie voor voedingsmiddelen,  biokerosine, andere biobrandstoffen en veevoer desastreus. De uitbreiding van oliepalmplantages gaat ten koste van tropisch regenwoud. Lokale gemeenschappen raken hun land en levensonderhoud kwijt. Door de boskap raken bedreigde diersoorten zoals de oerang-oetan verder in de knel. Milieudefensie pleit daarom al meer dan tien jaar voor verduurzaming van de palmolie-industrie en een einde aan de ontbossing en landroof voor oliepalmplantages.

Nederlandse betrokkenheid

Jaarlijks importeert Nederland zo'n 3 miljoen ton aan palmolie voor gebruik in voedsel, veevoer en biobrandstoffen. Nederland is in Europa het belangrijkste handelsland voor palmolie, vanwege de Rotterdamse en Amsterdamse havens. Nederlandse banken en pensioenfondsen investeren veel in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de uitbreiding van oliepalmplantages en de handel in palmolie.

Ontbossing en landroof

De aanleg van oliepalmplantages speelt een grote rol bij het verdwijnen van tropisch regenwoud in Indonesië en elders. Lokale gemeenschappen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van het land dat voor plantages wordt leeggeruimd. Regelmatig is er sprake van landroof voor de aanleg van nieuwe oliepalmplantages. Hierdoor komt lokale voedselvoorziening in het gedrang.

Biobrandstof

Ook worden voor de oliepalmplantages veengebieden ontgonnen. De in dat veen opgeslagen koolstof vliegt vervolgens massaal als CO2 de atmosfeer in: slecht voor het klimaat. Door de ontginning droogt het veen bovendien uit, waardoor bosbranden zich makkelijk verspreiden en moeilijk te blussen zijn. Door de grote schade die palmolieplantages aanrichten, leidt het gebruik van palmolie als biobrandstof wel degelijk tot uitstoot van broeikasgassen: de CO2 die vrijkomt bij de kap van regenwoud en veenontginning.

Duurzame palmolie?

Veel palmoliebedrijven en hun investeerders hebben duurzaamheidseisen voor palmolie op papier gezet. Dat zou moeten zorgen voor palmolie waarvan de precieze herkomst duidelijk is, en die is geproduceerd zonder milieuvernietiging en sociale misstanden.

De praktijk

In de praktijk is nog maar weinig veranderd. Dit blijkt uit de vele cases die Milieudefensie met haar zusterorganisaties van Friends of the Earth naar buiten brengt. Een paar voorbeelden:


Niet zo gek misschien, dat Yaya Hidayati van WALHI (de zusterorganisatie van Milieudefensie in Indonesië) in een interview met Down to Earth magazine stelde: "Milieuvriendelijke palmolie bestaat niet"

 

Wat wil Milieudefensie

Milieudefensie vraagt aan bedrijven en financiers om hun verantwoordelijkheid te nemen en hun duurzaamheidsbeleid aan te scherpen en na te leven. Wanneer palmolieproducenten zich schuldig blijven maken aan landroof, ontbossing en ontginning van veengronden dan moeten afnemers en financiers de banden met foute palmolieproducenten verbreken.

De Nederlandse overheid moet grote multinationals die vanuit Nederland opereren ter verantwoording roepen. Bedrijven die mensenrechten schenden moeten worden uitgesloten van handelsmissies. Ook moet Nederland zorgen dat de richtlijnen van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) voor het aankopen van land door bedrijven worden gerespecteerd.

Het gebruik van palmolie als biobrandstof voor auto's en vliegtuigen moet worden verboden.

 

Foto (c) Milieudefensie / FOEE / Victor Barro

Video (c) Milieudefensie / FOEI / thesourceproject