Visie Milieudefensie op SER- Energieakkoord

Amsterdam, 12 juli 2013 - Milieudefensie zet zich in voor een duurzame en schone wereld. Met het energieakkoord dat vandaag op hoofdlijnen is gesloten kunnen we in Nederland een stap in die richting zetten. Na 20 jaar onduidelijk energiebeleid is er nu eindelijk weer perspectief voor Nederland op een schonere, eerlijkere en betrouwbaardere energievoorziening. En dat is gelukt in samenwerking met het bedrijfsleven, werknemers en kabinet: een unieke gebeurtenis, die hoop geeft voor de toekomst.

Proces

Milieudefensie is samen met Natuur en Milieu al jaren lid van de Sociaal Economische Raad (Commissie Duurzame Ontwikkeling) en draagt daarin actief bij aan adviezen aan de overheid . Een nadeel van SER-adviezen is alleen dat kabinetten er wel kennis van nemen, maar er in de praktijk vaak weinig mee doet. Vandaar dat wij het voorstel van Natuur en Milieu om geen advies over energiebeleid te maken, maar een daadwerkelijk bindend akkoord af te sluiten, van harte hebben ondersteund. Sinds januari hebben we samen met Natuur en Milieu, Greenpeace, het Wereld Natuur Fonds en de Natuur- en Milieufederaties op uitnodiging van het kabinet binnen de SER met werkgevers, overheid, werknemers en energiebedrijven intensief onderhandeld over dit Nationaal Energieakkoord. Daarbij hebben wij ons vooral gericht op onderwerpen waarop wij actief zijn en kennis hebben, zoals mobiliteit, winning van brandstoffen (schaliegas, teerzanden, biomassa) en de mogelijkheden voor de burger om zelf energie-initiatieven te starten. Maar ook op het proces zelf: goede samenwerking tussen de milieuorganisaties onderling en met de verschillende partners over duidelijke en verplichtende afspraken.

Het resultaat van de onderhandelingen, dat deze week beschikbaar werd, hebben wij op verschillende criteria beoordeeld: wat is het uiteindelijke milieuresultaat van de afgesproken maatregelen? Leidt het akkoord tot een verandering in de manier van omgaan met onze energie-behoefte op lange termijn? Is het verschil tussen onze inzet en het uiteindelijke akkoord dat er nu ligt acceptabel? Kunnen we dit resultaat goed uitleggen aan onze achterban, die in een peiling dit voorjaar heel duidelijk aangaf wat zij zou willen? Ook wogen we mee of we vertrouwen hebben in de uitvoering, de financiering en de welwillendheid van de andere partijen en of er in de toekomst in voldoende mate monitoring van het nakomen van de afspraken is en er sancties volgen als dat niet het geval is.

Hoofdlijnen

De balans opmakend heeft Milieudefensie besloten het Nationaal Energieakkoord te ondertekenen. Uiteraard hebben wij hier en daar compromissen moeten sluiten, maar het akkoord bevat naar onze mening een goed begin om tot een consistent en duurzamer energiebeleid te komen. Het is historisch dat partijen die eerst lijnrecht tegenover elkaar stonden tot deze overeenkomst zijn gekomen. We delen het besef dat een duurzaam energiebeleid de enige weg is uit de crisis.

Er zijn een aantal belangrijke punten voor Milieudefensie, die ik graag wil onderstrepen:

  • het akkoord heeft een duidelijke doelstelling voor decentraal opwekken van duurzame energie van 1,5% van de totale energievraag. Zo krijgen initiatieven van burgers op het gebied van zon en wind belangrijke steun en dit komt tegemoet aan de behoefte in de samenleving (burgers en bedrijven) om zelf energie-initiatieven op te starten en zo bij te dragen aan een schonere wereld.
  • het akkoord leidt tot een versnelling van de isolatie van woningen tegen gelijkblijvende kosten voor de bewoner, omdat veel geld beschikbaar komt om isolerende maatregelen te financieren. Vanuit een speciaal fonds kunnen mensen goedkoop geld lenen om hun huis te isoleren. Die lening betalen ze terug met het geld dat ze door betere isolatie besparen op hun energierekening. De maandlasten blijven zo gelijk maar de woning is veel comfortabeler en er wordt veel energie bespaard.
  • het akkoord heeft een resultaat-verplichtend karakter, waarbij bedrijfsleven, burgers en overheid eraan gehouden zijn de afspraken na te komen (in tegenstelling tot de Green Deals van het vorige kabinet, die vooral vrijblijvende intenties bevatten en daardoor tot weinig concreet resultaat leidden).
  • het akkoord geeft meer zekerheid voor een consistent energiebeleid op de lange termijn dat gericht is op daadwerkelijke stappen om substantieel energie te besparen. Door nauwgezet de voortgang van energiebesparing te volgen en met “zachte” instrumenten (subsidie, advies) te stimuleren, maar bij achterblijvende voortgang in 2020 automatisch over te stappen naar verplichtingen. Voor de introductie van duurzame energie zijn heldere doelen en concrete marsroutes overeen gekomen: wanneer welke aanbesteding en tegen welke prijs.
  • het akkoord biedt werkgelegenheid, is goedkoper voor de burger dan het regeerakkoord en voorkomt de inzet van risicovolle technieken als biomassa verstoken, kernenergie en schaliegas als vermeende oplossing om de energievoorziening te verduurzamen door werk te maken van echte duurzame alternatieven.
  • het akkoord leidt tot een systeemverandering in het denken over energiegebruik en de bronnen die daarvoor worden aangewend.

Andere grote winstpunten van het akkoord zijn de concrete en harde afspraken om op verantwoorde wijze veel windmolens bij te bouwen op land en op zee. Bovendien is er voor het eerst een maximum gesteld aan de hoeveelheid bomen, die mogen worden opgestookt in kolencentrales, en dan alleen nog onder stringente duurzaamheidscriteria. De vijf vervuilende kolencentrales uit de jaren tachtig worden gesloten.

Er zijn ook concessies gedaan. Zo is het niet mogelijk al in 2020 op de door het kabinet gewenste 16% duurzame energie uit te komen als we kiezen voor wind op zee. Het alternatief is meer bijstook van biomassa en dat vinden we een slechte optie. Het verstoken van biomassa leidt tot extra druk op de biodiversiteit, extra uitstoot van koolstofdioxide en het extra verslepen van grote hoeveelheid bomen over de hele wereld, terwijl het hout op een veel meer waardevolle manier moet worden gebruikt. Doordat wind op zee een lange aanlooptijd heeft, lukt het pas om rond 2022-2023 op de 16% uit te komen. Milieudefensie neemt liever wat meer tijd te voor het benutten van zinvolle technieken, die ook na 2020 goed blijven bijdragen aan de verduurzaming van onze energieopwekking (en tevens meer werkgelegenheid bieden en zorgt voor doorontwikkelen van innovatieve technologie) dan om het percentage koste wat kost te halen via het gesubsidieerd opstoken van bomen.

Verder komt de stap naar vergroening van het belastingstelsel, onder andere via het principe ‘de vervuiler betaalt’ (bijvoorbeeld via een CO2-heffing) nog te weinig uit de verf. De lobby van de beperkte groep energieverslindende bedrijven is nog te dominant om op dit punt nu al een doorbraak te bereiken. In de transportsector zijn verder weliswaar ambitieuze doelen afgesproken voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door het verkeer, maar het bijbehorende maatregelenpakket ontbreekt nog volledig. Daarover wordt verder gepraat dit jaar. Ik acht daarbij vormen van beprijzing en aanpassingen in de huidige woon-werkverkeer-regelingen absoluut nodig om de omvang van het verkeer terug te brengen en de doelen te halen.

Het ondertekenen van het energieakkoord betekent dat Milieudefensie er vertrouwen in heeft dat Nederland vanaf nu grote stappen zal zetten richting duurzame energievoorziening en een economie waarin veel minder energie wordt verspild. Nederland kan eindelijk opstomen vanuit de achterhoede naar de Europese top wat betreft het opwekken van schone energie. We zullen kritisch blijven op de werkelijke prestaties van de partners bij het energieakkoord. Milieudefensie blijft daarbij haar best doen om echte voorlopers te steunen, achterblijvers aan te spreken en problemen en oplossingen te blijven benoemen.

Hans Berkhuizen, directeur

Loading...