english

Shell moet zijn troep in Nigeria opruimen

Wettelijk moeten olieconcerns vervuiling voorkomen en gelekte olie opruimen. Dat kan ook wel: er wordt genoeg verdiend. Verschenen in dagblad Trouw op 20-07-2011

In berichten over de oliewinning in de Nigerdelta draait het meestal om de schuldvraag. De kwestie is dan of de olie-bende de schuld is van de oliemaatschappijen of toch van “de Nigerianen”. Zo ook in Trouw dat maandag opende met de kop “Shell niet schuldig aan olievervuiling”, op basis van een nog niet verschenen rapport van Unep, het milieubureau van de Verenigde Naties. Dit terwijl het Unep zelf aangeeft in het onderzoek niet op de schuldvraag in te gaan. Dat is niet zo vreemd, aangezien Unep milieuvraagstukken behandelt, en geen juridische kwesties. Zij brengen alleen de vervuiling van het Nigeriaanse Ogoniland in kaart. Milieudefensie is blij dat met de komst van het Unep-rapport de discussie straks verschuift van de schuldvraag, naar de vraag waar olie ligt en hoe die moet worden opgeruimd.

Met het onderzoek lijkt er eindelijk een stap te worden gezet naar het opruimen van oude en nieuwe vervuiling in Ogoniland, een gebied waar de bevolking Shell al achtien jaar geleden de deur heeft gewezen. Er wordt geen olie meer gewonnen maar er lopen nog wel transportleidingen door het gebied. Al decennialang wordt Ogoniland, net als de rest van de Nigerdelta, geteisterd door olievervuiling die het gebied onleefbaar maakt.

De schuldvraag is in de complexe Nigeriaanse praktijk vaak moeilijk te beantwoorden. Duidelijk is in ieder geval dat de oliemaatschappijen wettelijk aansprakelijk zijn voor vervuiling vanuit hun installaties, ook als deze het gevolg is van vandalisme of diefstal. Natuurlijk is de dader schuldig en aansprakelijk, maar die wordt zelden in de kraag gegrepen en is zeker niet in staat om de schade te vergoeden. Milieudefensie houdt daarom met de Nigeriaanse wet, olieconcerns als Shell verantwoordelijk voor het voorkomen van olielekkages en het opruimen daarvan. Dat is een verantwoordelijkheid waar het sponsoren van doktersposten en dergelijke niets aan af doet. Naar onze inschattingen wegen de ontwikkelingsprojecten van de oliemaatschappijen absoluut niet op tegen de schade die wordt aangericht door de oliemaatschappijen. Veel ontwikkelingsprojecten, waarbij werd rondgestrooid met gunsten voor bevriende dorpshoofden, hebben zelfs meer gezorgd voor afgunst dan voor ontwikkeling.

Nog steeds is er iedere twee weken een lekkage door een defecte pijp of een ander foutje van Shell, blijkt uit hun eigen cijfers over vorig jaar. De toch al vervuilde delta, een prachtig Biesbosch-achtig gebied waar miljoenen mensen wonen, raakt zo steeds onleefbaarder. Dat sabotage en oliediefstal inmiddels voor nog meer ellende zorgen kan dat niet wegpoetsen. Een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid voor de sabotage ligt bovendien bij Shell en de Nigeriaanse overheid. Zij doen niet genoeg om pijpleidingen te beveiligen en om te zorgen voor een goede verstandhouding met de inwoners. Dat de gasfakkels in de delta nog altijd de lucht vervuilen helpt daarbij niet.

Zolang de prestaties van de Shell ingenieurs in Nigeria ondermaats blijven, zullen organisaties als Milieudefensie daarom blijven wijzen op de verantwoordelijkheid van Shell. Voorkomen van vervuiling en het opruimen van reeds gelekte olie is de kern, zelfs als dat betekent dat de olieproductie tijdelijk beperkt moet worden. Shell verdient 1,8 miljard dollar per jaar in de delta, dus dat kan het probleem niet zijn.

Ondertussen is er opnieuw reuring ontstaan over een rapport dat nog niet is verschenen. Het zou goed zijn als het rapport van Unep eindelijk eens naar buiten komt zodat duidelijk is hoe vervuild de regio is, én hoe Shell de troep het beste op kan ruimen.

Hans Berkhuizen

directeur Milieudefensie

Loading...