english

Laat grote klimaatvervuilers meebetalen

Wie krijgt straks de rekening van het klimaatakkoord? vraagt Trouw zich afgelopen woensdag af. Als de grote vervuilers onwillig blijven hun deel van de lasten voor klimaatbeleid te dragen, dreigt deze rekening bij de huishoudens terecht te komen. Een bom onder een definitief klimaatakkoord, waarschuwen Kitty Jong van FNV en Donald Pols van Milieudefensie. Want een duurzame toekomst kan alleen slagen bij het eerlijk delen van lusten en lasten in de energietransitie. Ook moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen en investeren in vakmensen.

OPINIE (Trouw, 14 juli 2018).

De afgelopen maanden waren alle maatschappelijke partners in Nederland bezig met de onderhandelingen voor het klimaatakkoord. Gisteren werd het resultaat van de eerste fase groots gepresenteerd. Voor de gebouwde omgeving en elektriciteitsproductie ligt er een vergevorderd plan. Voor mobiliteit, landbouw en industrie echter niet. Het grote struikelblok: de onwil van de grote vervuilers om haar deel van de lasten op zich te nemen. De partij die verantwoordelijk is voor het grootste deel van de CO2-uitstoot kan het niet maken om de rekening vrijwel geheel af te wentelen op de belastingbetaler en het midden- en kleinbedrijf.

Als de lasten en lusten van het klimaatbeleid oneerlijk verdeeld worden, keren mensen zich ervan af. Samen met een groot aantal maatschappelijke organisaties hebben Milieudefensie en FNV uitgewerkt hoe het Klimaatakkoord zo eerlijk mogelijk kan worden ingevuld. Laat vervuilers via klimaatbelastingen voor CO2-vervuiling betalen. Geef een deel van de opbrengst terug aan burgers en bedrijven, als compensatie of stimulans voor het nemen van klimaatmaatregelen. Klimaatbeleid heeft hoe dan ook effect op inkomens- en industriebeleid. Met eerlijk klimaatbeleid is dat een positief effect.

Met die theorie is iedereen het eens. Aan de burger-kant sorteert het hoofdlijnen-akkoord daarop voor. Maar de grote vervuilers weigeren om hun bijdrage te leveren. Zij willen geen klimaatbelasting betalen. Sterker nog ze eisen juist subsidies op: tot wel 1 miljard per jaar in 2030.

Het klimaatbeleid mag de industrie vrijwel niets kosten, is de boodschap. Anders gaat het kopje onder. Slecht voor onze concurrentiepositie. Dezelfde argumenten waarmee de vrijstelling van de dividendbelasting wordt verdedigd, en de deal van 7 miljard van Shell. Dezelfde argumenten waarmee al decennia lang de verduurzaming van de vervuilers wordt afgeremd, waardoor hun CO2 uitstoot al 25 jaar onveranderd hoog is. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde vorige week nog: ‘Vervuilers betalen te weinig’. De vervuilers doen er alles aan om dit zo te houden. Overigens zouden de schouders van het bedrijfsleven sterk genoeg moeten zijn: de laatste 20 jaar is de belastingdruk voor bedrijven verlaagd, terwijl die voor burgers juist is verhoogd. Nederland staat op een dubieuze 5e plaats in de wereld als belastingparadijs.

Wij willen een duurzame toekomst waarvan de kosten van omschakeling eerlijk worden verdeeld, alleen dan is er draagvlak bij de burger. Daarbij moeten we ook kijken naar een heel belangrijk onderwerp om die toekomst te laten slagen: de arbeidsmarkt. Die is tot nu toe onderbelicht gebleven, maar cruciaal.

Een tekort aan vakmensen dreigt de uitvoering van het klimaatakkoord te frustreren. Het kabinet wil bezuinigen op het praktijkonderwijs, maar zou hierin juist moeten investeren, met name in opleidingen voor een schone economie. De banen die de omschakeling oplevert zullen ook duurzaam moeten zijn. Wij willen dat ze gekenmerkt worden door goede arbeidsvoorwaarden, veilige arbeidsomstandigheden en volwassen arbeidsverhoudingen. Terwijl het aantal groene banen toeneemt, gaan fossiele banen verdwijnen. Allereerst in de kolenketen. Voor omscholing, van werk-naar-werk-trajecten en waar nodig opvang van de sociale gevolgen is een ‘kolenfonds’ nodig. In Duitsland zit de discussie over de kolen-exit inmiddels muurvast, omdat er geen antwoord komt op het regionale verlies van banen. Laten we in Nederland niet dezelfde fout maken.

De gezamenlijke opgave vereist dat alle maatschappelijke partijen bereid zijn bij te dragen aan een oplossing. Dat geldt ook voor de overheid: zij moet investeren in vakmensen. De weigering van de grote vervuilers om het serieus te hebben over hun bijdrage aan de bekostiging van klimaatbeleid is onverantwoord, onacceptabel en plaatst een bom onder het akkoord.

Kitty Jong, vicevoorzitter FNV

Donald Pols, directeur Milieudefensie

Loading...