english

Falend mestbeleid: milieu en boeren ernstig in de problemen

De boeren in Gelderland en de rest van Nederland zijn boos, zo bleek afgelopen dagen, omdat het kabinet niet tijdig maatregelen nam waar de EU akkoord mee ging, om de groei van de melkveestapel in te perken. Die boosheid is terecht, want een zwalkend beleid brengt boeren en het milieu ernstig in de problemen.

Opinie van Jeroom Remmers, verschenen in De Gelderlander op 26 okt 2016

In drie jaar tijd is de melkproductie met 20 procent gegroeid. De regering besloot immers om het melkquotum los te laten, onder het VVD-motto: ruimte voor de ondernemer. Dat zorgde voor een enorme groei van het aantal koeien en ook voor veel meer mest en andere vervuiling. Twintig procent meer melkvee veroorzaakt maar liefst drie megaton extra uitstoot van broeikasgassen, zo meldt het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in haar laatste sectorrapportage zuivel. Aan de andere kant bouwt de overheid met een slordige 4,5 miljard euro aan belastinggeld, een windpark op zee om 1,25 megaton broeikasgas te besparen. Een duur en weinig effectief geval van dweilen met de kraan open als je drie megaton extra produceert met de groei van onze veestapel. Duurzaam beleid blijft uit. Liever plakt deze regering dure pleisters om de pijn wat te verzachten, de ene keer voor boeren, dan weer het voor het milieu.

Streep door de oplossing

Juist een krimp van 20 procent van de melkveestapel is nodig als we kijken naar de CO2-uitstoot en het mestoverschot van Nederland. Die mening lijkt de Europese Commissie nu ook te hebben. Brussel zette vorige week een streep door de Nederlandse oplossing van het mestoverschot: verhandelbare fosfaatrechten voor koeien. Bij verhandelbare fosfaatrechten kunnen boeren die met hun bedrijf te veel mest produceren, rechten kopen bij andere boeren die nog niet te veel mest produceren. Deze koehandel met mest leidt tot meer megastallen, schaalvergroting en jawel dus weer meer mest.

Halfslachtig

Het kabinet besloot recent om 150 miljoen euro subsidie te geven voor vergisting van koeienmest om de uitstoot van broeikasgassen ‘aan te pakken’. Weer een voorbeeld van een halfslachtige en dure ‘noodoplossing’ om de groei van de CO2-uitstoot een beetje te beteugelen. De ene subsidiemaatregel moet de schade van een vorig besluit inperken. Allemaal het gevolg van ontbreken van een duurzame visie op onze landbouw.

Twee koeien per hectare

Om broeikasgassen en meststoffen uit de veehouderij omlaag te krijgen, moet Nederland het aantal koeien koppelen aan de hoeveelheid beschikbare landbouwgrond. Dat komt grofweg neer op twee koeien inclusief jongvee per hectare. Zo’n beleid leidt tot twintig procent minder melkvee. Melkveehouders met meer dan twee koeien per hectare moeten dan ofwel minder koeien houden, ofwel meer grond aankopen of pachten. In beide gevallen neemt hun mestoverschot af en worden ze grondgebonden. Dat zorgt voor meer koeien in de wei en meer mogelijkheden om eigen krachtvoer te produceren, waardoor minder soja uit Zuid-Amerika nodig is, waarvoor bossen gekapt worden. Twintig procent minder koeien betekent een grote besparing op broeikasgassen. De hoeveelheid ammoniak in Nederland zal hierdoor met bijna 10 procent afnemen, wat een zegen is voor de biodiversiteit, zoals bijvoorbeeld voor de heidegebieden die al bijna helemaal zijn verdwenen. De broeikasgasafname bij krimp van de melkveestapel met 3,3 megaton komt overeen met 405 windmolens in zee, genoeg om vier miljoen mensen van groene stroom te voorzien. En 17 miljoen kilo minder fosfaat, zo’n 50.000 vrachtauto's mest, een rij van 500 km, zorgt voor veel minder drinkwatervervuiling en schoner, helder oppervlaktewater. Dat zet pas zoden aan de dijk voor ons milieu. Hopelijk gaat de EU- commissie het kabinet nu dwingen tot grondgebondenheid want zowel de sector als het kabinet hebben laten zien niet tot effectieve oplossingen te komen.

Loading...