Wat we eten heeft grote invloed op de klimaatcrisis. Supermarkten spelen daar een grote rol in. Toch doen ze nog te weinig om de overstap naar meer plantaardig eten te versnellen. Wat moeten supers precies veranderen voor de ‘eiwittransitie’? We zetten het op een rij.
Wat is de eiwittransitie?
Waarom is dat nodig?
Gezond voor planeet én mens
Meer ruimte voor natuur
Wat kunnen supermarkten doen?
Klimaatdoelen
Vleesreclames
Wat moet er veranderen?
Brandbrief
Wat levert het op?
Wat kost het de overheid?
En de consument?
Boodschappen doen die goed zijn voor onze gezondheid én voor de aarde. Vind je ook dat dat voor iedereen betaalbaar moet zijn? Albert Heijn zegt daarvoor te zorgen. Toch zien we daar in de winkel weinig van terug. We roepen Albert Heijn op:
Wil je ook betaalbare prijzen voor eerlijke producten en minder schade aan het klimaat?
Om gezond te zijn, hebben we eiwitten nodig in ons dieet, ook wel proteïne genoemd. Eiwitten kunnen we uit dieren of planten halen. Plantaardige vind je bijvoorbeeld in peulvruchten, tofu, volkoren producten, zaden en noten. Dierlijke eiwitten krijg je binnen door het eten van vlees, vis en melkproducten. Met de eiwittransitie bedoelen we dat we meer plantaardige producten waar eiwitten in zitten gaan eten, en minder dierlijke.
De productie van dierlijke eiwitten stoot veel meer broeikasgassen uit dan die van plantaardige. De intensieve veehouderij is zelfs een van de belangrijkste veroorzakers van de klimaatcrisis. Bovendien vervuilt de veeteelt het water en de lucht. Om het veevoer dat nodig is voor het maken van dierlijke eiwitten te telen wordt het regenwoud gekapt.
Zonder de eiwittransitie kunnen we het Klimaatakkoord van Parijs niet halen en gevaarlijke klimaatverandering niet stoppen. Zelfs als we helemaal stoppen met olie, kolen en gas, zorgen onze voedselsystemen er nog steeds voor dat we boven de 1,5 graad opwarming uitkomen. Dat blijkt uit het EAT-Lancet rapport, het ‘IPCC-rapport voor voedsel’ gedaan door 60 wetenschappers uit 35 landen op het gebied van gezondheid, klimaat, voeding, economie, landbouw en sociale wetenschappen.
Zij wilden weten: hoe moeten we ons wereldwijde voedselsysteem inrichten zodat het goed is voor de gezondheid van mens én planeet? De uitkomst noemen ze het Planetary Health Diet. Volgens dat dieet moet 70% van de eiwitten die mensen binnenkrijgen plantaardig zijn in 2050. Op dit moment is dat in Nederland 43%.
Plantaardig eten is namelijk goed voor de gezondheid van mensen. Het verlaagt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, obesitas, sommige soorten kanker en het risico op dementie en andere ziektes. Volgens het EAT-Lancet rapport voorkom je met het Planetary Health Diet dat wereldwijd 15 miljoen mensen per jaar vroegtijdig overlijden.
In Nederland wordt twee derde van de landbouwgrond gebruikt voor veeteelt, dat is een derde van álle grond. Die grond kan je ook gebruiken om voedsel voor mensen te telen, teruggeven aan de natuur, of gebruiken om woningen op te bouwen. Bovendien lijden dieren in de vee-industrie. Als er meer ruimte is, kunnen de dieren die we wél houden een beter leven hebben.
Grote supermarktketens zijn goed in het beïnvloeden van mensen die er boodschappen komen doen. Dat doen ze bijvoorbeeld door producten op bepaalde plekken in de winkel te leggen, prijzen en aanbiedingen aan te passen en recepten in hun tijdschriften te plaatsen. En het belangrijkste: door hun assortiment meer plantaardig te maken. Met dat alles kunnen ze veel invloed hebben op de eiwittransitie.
Sterker nog: om hun klimaatdoelen te halen, is het noodzakelijk dat ze hun assortiment aanpassen. Daarom hebben supermarkten zichzelf een doel gegeven: 60% van hun eiwitproducten moet plantaardig zijn in 2030. Dat is een vrijwillig doel, zonder verplichting vanuit de overheid.
Maar dat doel halen ze bij lange na niet, blijkt uit de Eiweet-monitor, een onderzoek dat dit bijhoudt. Supermarkten bieden nu nauwelijks meer plantaardige eiwitproducten aan dan 5 jaar geleden.
Ook moeten supermarkten ophouden met stunten met vlees. Daarmee maken ze het extra aantrekkelijk voor klanten om het te kopen. Jumbo beloofde bijvoorbeeld daarmee te stoppen in 2024, maar draaide die stap begin 2026 weer terug. Wat bleek? De maatregel had Jumbo miljoenen gekost, omdat klanten naar andere supermarkten overstapten. En geen van de concurrenten volgde Jumbo’s voorbeeld.
Het vrijwillige doel van de supermarkten werkt niet, dat is wel duidelijk. Daarom zocht onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van Milieudefensie uit wat er moet veranderen om de supermarkten wél mee te laten werken aan de eiwittransitie. Oftewel: hoe er een ‘gelijk speelveld’ voor supermarktketens kan komen. Dat betekent dat zij geen nadelen ondervinden als zij meer plantaardig aanbieden dan hun concurrenten, zoals Jumbo toen die geen vleespromoties meer deed.
Samen met Caring Doctors, Compassion in World Farming, Mighty Earth en World Animal Protection stuurden we een brief aan minister Van Veldhoven-Van der Meer van Economische Zaken en Klimaat. We vragen om 2 aanpassingen.
1. Verplichte doelen
De eerste is juridisch verplichte doelen voor supermarkten, in plaats van vrijwillige. Namelijk:
2. Boetes
De tweede is een zogenaamde ‘afrekenbare malusregeling’. Dat betekent dat de supermarkten een malus, een soort boete, betalen als ze de verplichte doelen niet halen. De hoogte van die boete wordt hoger naarmate ze verder van het doel zitten. Oftewel: hoe lager het percentage plantaardige eiwitten in het assortiment van de supermarktketen, hoe hoger de boete is die ze moeten betalen. Ook kan het helpen als ze een bonus krijgen als ze de doelen wél halen.
Deze maatregelen zorgen voor een enorme vermindering van de uitstoot van broeikasgas. Als de helft van de eiwitproducten in de supermarkten plantaardig is, wordt er ongeveer 6 megaton minder broeikasgas uitgestoten. Dit berekende het onafhankelijke overheidsinstituut PBL. Ter vergelijking: de totale CO2-uitstoot van Nederlandse voedselconsumptie per jaar is 35 Mton.
Een megaton of afgekort Mton is 1.000.000.000 kg
Als 60% plantaardig is, wordt die vermindering van broeikasgas-uitstoot maar liefst 9 Mton per jaar. Een deel van deze uitstootvermindering zal plaatsvinden in het buitenland, omdat ons voedsel deels daar geproduceerd wordt, maar zeker 2 Mton gebeurt in Nederland. Het mooie is: voor het klimaat maakt het niet uit waar het gebeurt.
De onderzoeken naar de eiwitproducten die supermarkten verkopen, worden al gedaan. Dat kost de overheid dus niks. Uiteindelijk moet de overheid een tiental grote bedrijven controleren of zij de doelen wel hebben gehaald. De onderzoekers van CE Delft schatten in dat dat niet veel gaat kosten. Bovendien betalen de bedrijven een boete als zij hun doelen níet halen. Met dat geld kunnen we bijvoorbeeld de landbouw verder verduurzamen.
Die eet gezonder, maar ook goedkoper: plantaardige eiwitten zijn gemiddeld genomen goedkoper dan dierlijke. Er zijn minder grondstoffen voor nodig om ze te produceren. En door de maatregelen zullen ze nóg goedkoper worden. In tegenstelling tot de vleestaks hoeven lage inkomens niet gecompenseerd te worden. Oftewel: iedereen gaat erop vooruit!