Dossier Veestapel

Een gezonde veehouderij: regionaal en met een kleinere veestapel

Een gezonde veehouderij: regionaal en met een kleinere veestapel

17 december 2015

Nederland telt het grootste aantal dieren per vierkante meter ter wereld en onze veehouderij wordt steeds intensiever. Stallen worden groter met steeds meer kippen, koeien en varkens. Nu in april 2015 de melkquota zijn afgeschaft en boeren zoveel melk mogen produceren als ze willen, neemt het aantal koeien ook nog eens toe. Dat betekent nog meer mest, stank, vervuiling en ziektedruk. Milieudefensie wil daarom een structurele oplossing voor de problemen in de vee-industrie, één die de toekomst aan kan. Die zien wij in andere, meer regionale voedselvoorziening met een kleinere veestapel.

Problemen in de vee-industrie

Grote voetafdruk
De mondiale veehouderijsector levert een grote bijdrage aan de totale uitstoot van broeikasgassen en dus aan klimaatverandering: maar liefst 18 procent volgens de meest voorzichtige schatting (Bron: FAO, 2006. Livestock Long Shadow, FAO Rome). Nederland heeft een grote veehouderij en heeft daarmee ook een groot aandeel in die uitstoot van broeikasgassen.

Een groot deel van het veevoer voor onze intensieve veehouderij wordt geteeld in Zuid-Amerika. Dat gaat gepaard met grootschalige ontbossing van het tropisch regenwoud, gedwongen landonteigening en een overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ontbossing draagt voor 15 procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen.

Ongezond voor mens en dier
Er zijn verschillende problemen op gebied van volksgezondheid die samenhangen met intensieve veehouderij. Het hoge gebruik van antibiotica draagt bij aan het ontstaan van antibioticaresistente bacterien, en ook dierziekten (bijv. Q-Koorts) zijn een risico voor onze gezondheid. Omwonenden hebben bovendien last van stank en de uitstoot van fijnstof. En met het groeiend aantal dieren nemen de gezondheidsrisico's verder toe.

Oneerlijke prijzen voor boeren
Op dit moment is onze vee-industrie volledig ingericht om te produceren tegen een zo laag mogelijke kostprijs. Omwille van lage productiekosten ontstaan megabedrijven en de rekening wordt gelegd bij ons milieu, dieren en onze gezondheid..

Boeren zitten in een spagaat tussen steeds hogere kosten en onstabiele, lage opbrengsten. De druk op de kostprijs van vlees en zuivel maakt dat kleinschalige gezinsbedrijven in een groeiend tempo worden verdrongen door megastallen.

Verdwijnen van het melkquotum vergroot problemen

In april 2015 zijn de Europese melkquota afgeschaft. Boeren mogen nu zoveel melk produceren als ze zelf willen. Veel Nederlandse melkveehouders hebben nieuwe stallen gebouwd en houden meer koeien om meer melk te kunnen produceren. Dat heeft geleid tot een daling van de literprijs voor melk en boeren zien hun inkomsten steeds verder teruglopen. Bovendien nemen problemen in de intensieve veehouderij zoals mestoverschot, stankoverlast, vervuiling van bodem en water, antibioticaresistentie en dierziektes verder toe door een toename van het aantal dieren.

Een gezonde veehouderij: regionaal en met een kleinere veestapel

Hoe groter onze veestapel, hoe meer problemen het oplevert. Wij willen daarom een grondgebonden, regionaal georiënteerde veehouderij. Grondgebonden wil zeggen dat mestbehoefte, voerproductie en mestproductie op elkaar zijn afgestemd. Oftewel we produceren veevoer in eigen land en de mest die onze dieren produceren is precies genoeg om onze akkers te bemesten. Daarvoor zou de Nederlandse veehouderij moeten krimpen. Dat is beter voor mensen, milieu, boeren en dieren.
 
Een kleinere veestapel betekent minder uitstoot van broeikasgassen en minder mest, waardoor we onze natuur en ons milieu minder schaden. En het levert ook meer ruimte op voor het natuurlijke gedrag van onze dieren. Die dieren zijn daardoor weerbaarder en gezonder en dan is preventieve antibiotica niet nodig. Zo lopen mensen ook een kleiner risico.

Met minder dieren kunnen boeren anders produceren; niet meer zoveel mogelijk tegen een zo laag mogelijke prijs, maar kwaliteitsproducten met een eerlijke prijs. Een boer hoeft dan niet enorm veel te produceren om toch goede inkomsten te hebben.Maar we moeten ook anders consumeren: meer plantaardig en minder dierlijke eiwitten.

Interviews met boeren die anders kijken en kiezen