Dossier TTIP

 Wij zoeken steun van juristen om het private arbitragehof voor investeerders (ICS) uit handelsverdragen te krijgen

Wij zoeken steun van juristen om het private arbitragehof voor investeerders (ICS) uit handelsverdragen te krijgen

22 december 2016

Begin februari stemt het Europees parlement over het Comprehensive Economic & Trade Agreement (CETA), een vergaand handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada. Een onderdeel van dit verdrag is het Investment Court System. Dit is een privaat arbitragehof waarbij buitenlandse investeerders een claim kunnen indienen tegen de Nederlandse overheid als ze zich door een bepaalde maatregel benadeeld voelen. Hierbij wordt het Nederlandse en Europese recht gepasseerd. Er zijn vele redenen om bezwaar te hebben tegen dit verdrag, onder andere de invloed die het heeft op onze democratie en rechtsorde. Daarom roepen wij Nederlandse advocaten, rechters en juristen op om net als juristen in onze buurlanden een kritisch geluid te laten horen. Wij vragen om commentaar. Dit mag één zin zijn of een heel epistel. Met dit commentaar willen we de politiek laten zien dat er ook in Nederland uit juridische hoek kritiek is op het verdrag en willen we ze er van overtuigen nog eens goed naar CETA en ICS te kijken. Stuur je commentaar voor 10 januari naar hilde.brontsema@milieudefensie.nl

ONZE BEZWAREN

Neo Koloniaalsysteem
Deze vorm van arbitrage vloeit voort uit de koloniale tijd. Investeerders wilden niet het risico lopen om hun zaken uit te moeten vechten in ontwikkelingslanden met een rechtssysteem dat niet als betrouwbaar te boek stond. Nu beschikken zowel Canada als de Europese lidstaten over een prima rechtssysteem dat uitstekend functioneert. Het lijkt ons niet wenselijk over te stappen naar een claimcultuur zoals we die uit Amerika kennen.

Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn op dit moment niet te overzien. Een voorbeeld. Op dit moment loopt er een vergelijkbare zaak tegen de overheid van Roemenië. De overheid hier zette onder druk van de bevolking een streep door de goudwinning omdat de schade aan het milieu te groot werd. Nu ligt er een claim van 4 miljard bij de Roemenen van het Canadese bedrijf. Een gigantisch bedrag voor een arm land als Roemenië: het bedrag staat gelijk aan bijna drie jaar het nationale zorgbudget.

Angstige overheid
Het ICS heeft grote invloed op de beleidsruimte voor gemeenten, provincies en het Rijk bij de invoering van nieuwe regelgeving. Overheden moeten van te voren al rekening houden met investeerdersbelangen. De angst voor claims kan ertoe leiden dat overheden ambitieuze wet- en regelgeving voor bijvoorbeeld klimaatbeleid of bescherming van het milieu achterwege laten.

Advocaten die zich rechters noemen
ICS-arbitragezaken worden beoordeeld door advocaten, die in de volksmond vaak rechters worden genoemd, maar dat in werkelijkheid niet zijn. Zij worden per zaak betaald. De financiële compensatie stimuleert arbiters om zoveel mogelijk claims in behandeling te nemen en de wetgevende macht kan nauwelijks ingrijpen op bepalingen die ongewenst uitpakken.

Amerika via de achterdeur
Ook niet-Canadese investeerders met een vestiging in Canada met 'substantiële activiteiten' kunnen gebruik maken van ICS in CETA, waardoor zo'n 80 procent van de Amerikaanse multinationals die in de EU investeren ook deze bescherming geniet omdat zij ook vestigingen in Canada hebben.

Wel lusten geen lasten
Er staan in CETA geen juridisch bindende verantwoordelijkheden voor buitenlandse investeerders waar nationale overheden of getroffen inwoners een beroep op kunnen doen. Het eenzijdige arbitragesysteem vergroot de invloed van commerciële partijen en verzwakt de democratische beleidsruimte voor verandering en het nemen van maatregelen in het algemeen publiek belang.

Investeerders mogen wel kiezen
In internationaal en Europees recht zijn bedrijven verplicht om eerst nationale rechtsmiddelen uit te putten alvorens tot internationale arbitrage over te gaan. Met de investeringsbescherming in CETA hoeft dat niet. Investeerders zijn vrij te kiezen: de nationale rechter of ICS.

Belangenverstrengeling niet uitgesloten
ICS ontbeert de nodige institutionele ‘safe guards’ voor onafhankelijke en eerlijke rechtsgang. Een ‘tribunaal’ dat de ICS-zaken behandelt, bestaat uit drie parttime, private advocaten die per rechtszaak als arbiter worden aangesteld en betaald.
Hiervoor worden 15 advocaten aangewezen die dus geen rechters zijn maar wel als zodanig zullen optreden. Het verdrag doet niets om te voorkomen dat ICS gedomineerd blijft door een kleine elite club van arbiters die erop uit zijn hun eigen business te vergroten.

Geen milieu- en arbeidsrechtsadvocaten
De advocaten die in ICS-zaken als arbiter mogen optreden moeten experts zijn op het gebied van internationaal (investerings-)recht. Hiermee worden advocaten die expert zijn op het terrein van milieu- en arbeidsrecht buiten spel gezet. Bovendien hebben ICS-arbiters veel meer ruimte dan nationale rechters om te bepalen of een handeling te rechtvaardigen is.

Mogelijk strijdig met Europese rechtsprincipes
ICS kan grote gevolgen hebben voor het Europees en nationaal recht. ICS-tribunalen kunnen bepalen dat overheden aansprakelijk zijn – en grote schadevergoedingen moeten betalen – voor de invoering van maatregelen die voor Europees of nationaal recht volstrekt legitiem en rechtmatig zijn. Of het nou gaat over belastingen, milieuregels of boetes. Het is daarom van groot belang dat de rechtsgeldigheid van ICS in relatie tot de Europese verdragen wordt voorgelegd aan en getoetst door het Europese Hof van Justitie alvorens het Europees Parlement akkoord gaat met het verdrag.

ICS is overbodig
De Europese Unie en Canada hebben goed ontwikkelde, hoogwaardige en efficiënte rechtssystemen, die buitenlandse investeerders van goede bescherming kunnen voorzien. Er is geen sluitend bewijs dat de investeringsbepalingen zullen leiden tot meer trans-Atlantische, directe investeringen. Investeringsbescherming en ICS zijn niet nodig.