Ons verhaal

Geschiedenis

Geschiedenis

04 februari 2011

Milieudefensie is al veertig jaar actief. Al sinds 1971 streeft Milieudefensie naar een duurzame, schone wereld waarin het goed toeven is, en waarin het draagvermogen van de aarde volledig wordt gerespecteerd en ten goede komt aan de gehele wereldbevolking. In de afgelopen veertig jaar hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van milieu en milieu in de maatschappij. We schetsen hier een overzicht van de geschiedenis van Milieudefensie.

  • Oprichting - In het kielzog van de Club van Rome
  • Jaren zeventig - Alarm. Rijnwater, kernafval, Kalkar, autoloze zondag en tóen al... Schiphol
  • Jaren tachtig - Polarisatie. Kernenergie, Tsjernobyl, regenwoud, gat in de ozonlaag en zure regen
  • Jaren negentig – Professionalisering. Nederland Duurzaam versus Distributieland
  • Nieuwe eeuw - Samenwerking. Groene ruimte, biolandbouw, globalisering, klimaat en nog steeds... (vlieg)verkeer

Oprichting

Club van Rome
Niet actievoerders maar wetenschappers staan aan de wieg van Milieudefensie. Begin jaren zeventig schudde de Club van Rome, een internationale groep gezaghebbende wetenschappers en grootindustriëlen, de wereld wakker met een onheilspellende boodschap: als de mensheid geen maatregelen zou treffen tegen de bevolkingsexplosie, milieuvervuiling en verspilling van grondstoffen, zou haar een verstikkende toekomst wachten vol honger en ellende.
Deze waarschuwing maakte grote indruk, ook in Nederland, want de keerzijde van onze welvaart begon zich steeds duidelijker af te tekenen: er zat geen vis meer in de rivieren, de binnensteden slibden dicht met auto's, de stranden lagen vol teer en overal rukten bebouwing en rokende schoorsteenpijpen op.

Raad van Milieudefensie
Tegen deze achtergrond richtte in Nederland een groep verontruste personen op 6 januari 1971 de Raad voor Milieudefensie op. Het was een erudiete club. In het adviescollege zaten twaalf professoren. De oprichting werd bezegeld met de uitgave van de 'Blauwdruk voor overleving', een vertaling van de 'Blueprint for survival' van het Engelse maandblad The Ecologist. Het werd gedrukt op de allereerste partij kringlooppapier, speciaal vervaardigd op verzoek van Milieudefensie bij papierfabriek Van Gelder.
Ondanks dit wat elitaire begin groeide Milieudefensie binnen de kortste keren uit tot een grassroots organisatie: open en democratisch, met haar wortels in de samenleving. Eind 1972 had Milieudefensie achtduizend leden en werd zij officieel een vereniging. Ook werd zij het Nederlandse lid van het (eveneens in 1971 opgerichte) mondiale milieunetwerk Friends of the Earth International.

Jaren zeventig

Vijfde Baanbos
Veel acties uit de begintijd zijn ruim dertig jaar na dato merkwaardig genoeg nog steeds (of opnieuw) actueel. Zo deed Milieudefensie al begin jaren zeventig mee aan het verzet tegen de aanleg van een vijfde baan van Schiphol, met de aanleg van een bos: het Vijfde Baanbos. In 1972 had de luchthaven al grootse plannen: groei naar zestig miljoen passagiers per jaar. Zover is het gelukkig nog niet gekomen, vandaag de dag vervoert Schiphol 'slechts' ruim veertig miljoen passagiers.
De plannen voor een vijfde baan werden in de ijskast gezet maar doken begin jaren negentig weer op. Opnieuw plantte Milieudefensie een actiebos aan, het Bulderbos, op de plek van de toekomstige baan. Jarenlang vormde dit bos voor Schiphol een onaangenaam obstakel. Pas eind 2001 werd het onteigend. De vijfde baan - de Polderbaan - is al enige jaren een feit en zorgt zoals voorspeld voor lawaai- en milieuoverlast in de wijde omgeving. Inmiddels moeten we vrezen voor zesde, zevende en achtste Schipholbanen.

Oliecrisis
Begin jaren zeventig werd geprotesteerd tegen vervuiling van de Rijn en afsluiting van de Oosterschelde. Met succes: de Rijn werd inderdaad schoner en de Oosterschelde kreeg zijn befaamde stormvloedkering. Na afloop van de oliecrisis in 1973 voerde Milieudefensie actie voor een maandelijkse autoloze zondag. Voor deze 'Zonderdag' wist zij maar liefst 160 duizend handtekeningen op te halen. De actievoerders van toen konden niet vermoeden dat het nog dertig jaar zou duren voor er onder hernieuwde druk van Milieudefensie zo'n autovrije dag zou komen - vooralsnog eenmaal per jaar, in Europees verband.
Een bescheiden maar opmerkelijk succesverhaal is de ja/nee-brievenbussticker tegen ongewenst reclamedrukwerk. Milieudefensie heeft de sticker van 1976 tot heden vrijwel ononderbroken onder de aandacht gebracht en op grote schaal verspreid.

Borssele en Kalkar
Het meest karakteristiek voor de jaren zeventig en vroege jaren tachtig waren de anti-kernenergieacties. In 1972 diende Milieudefensie 2500 bezwaarschriften in tegen de opening van de kerncentrale in Borssele. Vanuit Milieudefensie werd onder meer de ‘Stroomgroep Stop Kalkar’ opgericht die opriep de verhoging van de energierekening te weigeren en daarmee de bouw van de kerncentrale in het Duitse Kalkar te stoppen (een gezamenlijk Nederlands-Duits project). Vele acties volgden – die overigens geheel in de tijdsgeest meestal door een los-vast verband van vele actiegroepen werden georganiseerd. Milieudefensie blonk daarbij met name uit in de massademonstraties. Zo kreeg zij in 1978 veertigduizend mensen op de been tegen de uitbreiding van de ultracentrifugefabriek in Almelo en in 1979 vijfentwintig duizend tegen de opslag van radioactief afval in ondergrondse zoutkoepels.
Dankzij het brede verzet verdween het draagvlak voor kernenergie en bleef het in Nederland bij twee kerncentrales. Kalkar werd nooit in gebruik genomen - het is nu een pretpark. De kerncentrale in Doodewaard ging dicht in 1996. Alleen Borssele is nog in bedrijf. De centrale had in 2004 gesloten zullen worden maar mag dankzij de recente kernenergierevival onder Balkenende tot 2033 openblijven.

Jaren tachtig

Veldslag
Begin jaren tachtig vormden acties tegen kernenergie (en vóór wind- en zonne-energie) nog de hoofdmoot. Maar binnen de radicaliserende anti-kernenergiebeweging raakte de vooraanstaande rol van Milieudefensie uitgespeeld. Het ging er bij acties steeds harder aan toe. De massale demonstratie bij de kerncentrale van Doodewaard in 1981 liep uit op een veldslag tussen demonstranten en de mobiele eenheid. De vreedzame blokkade voor het behoud van het bos bij Amelisweerd (1982) eindigde met een venijnig politieoptreden.

Imagoprobleem
Daarna was het plotsklaps gedaan met de maatschappelijke belangstelling voor het milieu. De aandacht verlegde zich naar het vredesvraagstuk, de bezuinigingen (Bestek '81) en de werkloosheid. Ondanks verontrustende berichten over de kap van het regenwoud, bossensterfte door zure regen en het gat in de ozonlaag, zag Milieudefensie haar aanhang slinken. Dat had de organisatie mogelijk ook aan zichzelf te danken. Vergeleken bij de voorgaande periode maakt het Milieudefensie van begin jaren tachtig een wat oppervlakkige indruk. Bewustwordingscampagnes en onderwerpen ‘dicht bij huis’ zetten de toon: gif in het plantsoen, glasbakken, statiegeld. En wat te denken van de actie ‘Hou het zuivel’ tegen imitatiezuivelproducten? Toch is dit ook de periode van de eerste spectaculaire ‘klimactie’. Actievoerders hingen in 1984 een spandoek van recordlengte aan de schoorsteen van de Amercentrale in Geertruidenberg met de tekst ‘Stop zure regen’.
Het keerpunt kwam in 1986 met de ramp in Tsjernobyl. De wereld moest met een schok het gelijk erkennen van de milieubeweging, die al jaren voor ongelukken met kerncentrales had gewaarschuwd. Het milieu stond weer enkele jaren flink in de belangstelling en het ledental van Milieudefensie verdubbelde. Ook de acties wonnen aan diepgang.

Nieuw elan
Milieudefensie kwam in deze jaren onder meer in het geweer tegen ozonlaag-aantastende CFK's in spuitbussen, PVC in verpakkingen (bron van giftige dioxinen bij verbranding) en het cadmium in gele bierkratjes. Wat betreft de kratjes geldt 'beter laat dan nooit': eind 2003 is eindelijk de beloofde recycling op gang gekomen waarbij het cadmium uit het plastic wordt teruggewonnen. In 1988 startte de campagne ‘Hart voor het regenwoud’ waarbij het ongekende aantal van vierhonderdduizend handtekeningen werd opgehaald om de regering tot maatregelen tegen het gebruik van tropisch hout aan te zetten. Verder stond Milieudefensie op de bres voor schone landbouw, groene stroom en recycling. Om zure regen tegen te gaan, kwamen er acties voor minder en schoner autoverkeer en stonden actievoerders bij Shell op de stoep. De verplichte katalysator op de auto en het wereldwijde verbod op CFK's vormen onder meer de oogst uit deze succesvolle tijd.

Lokale groepen en consument
Sinds haar oprichting werd Milieudefensie gesteund door een groep lokale afdelingen – toen kerngroepen genaamd. Zij deden mee aan landelijke acties maar besteedden daarnaast aandacht aan plaatselijke milieuthema’s. In 1974 waren er twaalf groepen, in 1994 maar liefst 119. Inmiddels zijn het er enige tientallen minder.
Ook de consument werd niet vergeten: de in 1987 opgerichte MilieuTelefoon (in 1997 verzelfstandigd als MilieuCentraal) beantwoordde duizenden milieuvragen per jaar. In hetzelfde jaar verhuisde de vereniging van haar krappe behuizing aan het Amsterdamse Tweede Weteringplantsoen naar Damrak 26.

Zorgen voor Morgen
Het alarmerende rapport 'Zorgen voor Morgen' (1988) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) drukte Nederland met de neus op de feiten: scherpe maatregelen waren nodig om voor komende generaties een goed milieu achter te laten. Het jaar daarop presenteerde de Nederlandse regering het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP), dat beterschap beloofde tot in de jaren 2000 en 2010. Papieren maatregelen waarvan de meeste in diepe laden zijn beland.

Jaren negentig

Actieplan Nederland Duurzaam
Milieudefensie stippelde ook zelf wegen uit naar een duurzame toekomst. Bijvoorbeeld in het 'Actieplan Nederland Duurzaam' (1992). Daarin werd voor het eerst op een rij gezet hoe ieder mens op aarde een behoorlijke welvaart kan genieten, zonder aan volgende generaties een uitverkochte natuur en een uitgewoond milieu na te laten. Het Actieplan vond zijn weg over de hele wereld en beïnvloedde het denken over milieubeleid in landen binnen en buiten de Europese Unie. Begin 1995 kwam onder auspiciën van Milieudefensie de Europese versie van het Actieplan gereed.

Professionalisering
De jaren negentig gaven een professionalisering van de milieubeweging te zien. In negatieve zin dook de term 'beroepsactivisten' op wanneer het ging over clubs als Milieudefensie en Greenpeace. Maar de meeste mensen erkenden dat het milieubewustzijn dat in alle geledingen van de maatschappij was ontstaan, met deskundigheid en vasthoudendheid moest worden geprikkeld om oplossingen te bereiken. Het vertrouwen van de burger in natuur- en milieuorganisaties bleef groot. Het ledental van organisaties steeg tot recordhoogte. Betrokkenheid kwam ook vanuit onverwachte hoek: in 1997 werd Milieudefensie een van de beneficianten van de Nationale Postcode Loterij, die de organisatie tot op heden een belangrijke financiële impuls geeft.

Distributieland
Bij de politiek zakte het milieu in de jaren negentig echter ver weg op de agenda. De opeenvolgende Paarse kabinetten lieten de milieuzorg geleidelijk over aan de marktwerking. 'Een goed milieu begint bij jezelf', zo hield de overheid iedereen in reclamespotjes voor. Maar zelf gaf zij het slechte voorbeeld.
De met de mond beleden aanpak van het broeikaseffect kwam niet verder dan een te vrijblijvende handel in 'emissierechten'. Door Nederland uit te roepen tot distributieland zette Paars een koers in waarbij een schone, prettige leefomgeving ondergeschikt werd gemaakt aan economische groei. Vooral van de transportsector verwachtte men veel. Met de hoogconjunctuur in de rug werden oude, achterhaalde plannen voor megaprojecten ter hand genomen, zoals de Betuwelijn, Afrikahaven en A73 (ook de Tweede Maasvlakte en A4 Midden-Delfland horen in dit rijtje thuis). Pogingen het autoverkeer te beperken, gaf het kabinet openlijk op. Het openbaar vervoer werd voor een aanzienlijk deel aan de grillen van de markt prijsgegeven.

Mainport Schiphol
Van Schiphol wilde de regering een 'mainport' maken - behorend tot de top vijf van Europese luchthavens. Milieudefensie stelde zich teweer tegen dit plan. Vliegen is de meest vervuilende vorm van vervoer en een groter Schiphol veroorzaakt domweg te veel lawaaioverlast en veiligheidsrisico's. In 1993 startte Milieudefensie de campagne 'Schiphol is groot genoeg' om de uitbreiding van de luchthaven binnen het aanvaardbare te houden. Ook nu zet Milieudefensie zich nog in voor fatsoenlijke milieugrenzen aan het vliegverkeer. Hoewel de groei niet kon worden voorkomen, heeft zij samen met omwonenden een stevige positie verworven. Vroeg of laat zal de luchthaven, mogen we hopen, als een normaal bedrijf behandeld en in toom gehouden worden.

Meer samenwerking
Aan milieubewustzijn was geen gebrek in de jaren negentig, maar des te meer aan daadkracht. Daardoor veranderde de rol van de milieubeweging. Voorlichting en bewustmaking werden minder nodig. In plaats van actie te voeren tégen vervuiling en vervuilers, kwam het accent te liggen op campagnes vóór duurzame alternatieven: biologische producten, duurzaam geproduceerd hout, recycling, energiebesparing enzovoort. Daarom richtte Milieudefensie zich vaker op het bedrijfsleven, dat enthousiast moest worden gemaakt voor deze alternatieven.

Voorlopers
Een mijlpaal was het convenant dat Milieudefensie in 1993 sloot met de aardappelsector om het gifgebruik te verminderen. Met Philips maakte Milieudefensie in 1997 afspraken over het recyclen van elektrische apparaten. Ook met Schiphol zat Milieudefensie in 1999 rond de tafel in het zogenaamde TOPS-overleg, maar resultaat bleef daar uit.
De campagne Hart voor Hout ging midden jaren negentig een alliantie aan met bouwmarkt Gamma om over te schakelen op hout uit duurzaam beheerde bossen (met FSC-keurmerk). In het kielzog van de grote bouwmarkt schaarden meer bedrijven zich achter duurzaam bosbeheer. Helaas, zo blijkt uit recente onderzoeken, zijn de beloftes van weleer bij de meeste bouw- en tuincentra verwaterd. Fout hout is weer volop te koop. Het kwam Intratuin en Gamma in respectievelijk 2005 en 2006 op de weinig eervolle ‘Botte Bijl Award’ te staan.

Nieuwe ontwikkelingen

Brede beweging
Kort na de eeuwwisseling maakte Milieudefensie belangrijke veranderingen door. Begin 2000 ketste een fusie met Stichting Natuur en Milieu op het laatste moment af, voornamelijk vanwege financiële onzekerheden. Milieudefensie besloot vervolgens de 'brede milieuorganisatie' die de gewezen fusiepartners voor ogen stond, zelf gestalte te geven. Zij koos voor activiteiten waar het 'samendoen met mensen' voorop staat. Dit om de politiek te laten zien dat véél mensen kiezen voor een groen en gezond milieu. In 2005 verhuisde de organisatie van het Damrak naar het huidige pand in de Nieuwe Looiersstraat te Amsterdam.

Balkenende I-III
In 2002 ging de wind voor het milieu en de milieubeweging uit de verkeerde hoek waaien. De moord op Pim Fortuyn door iemand met een milieuachtergrond, droeg daar zeker toe bij. Maar de kiem lag waarschijnlijk al bij het veranderde maatschappelijke klimaat na 11 september 2001 en het anti-milieubeleid van de Amerikaanse regering onder president Bush. In veel opzichten werd onder de kabinetten Balkenende I-III de milieuklok twintig, dertig jaar teruggezet. Afbraak van het openbaar vervoer, bezuinigingen op duurzame energie, mega-investeringen in extra asfalt, onverminderde steun aan de bio-industrie, vogelvrijverklaring van de open ruimte en een heuse revival van kernenergie… Eens te meer blijkt hoe kwetsbaar onze verworvenheden eigenlijk zijn.
Voor Milieudefensie waren het de vier drukste actiejaren uit haar geschiedenis. De consequente lijn die zij daar bij aanhield, legde haar overigens geen windeieren. In een periode dat tal van milieuorganisaties hun ledental zagen afkalven, verdubbelde dat van Milieudefensie: van 43 duizend leden en donateurs begin 2000 tot ruim 85 duizend eind 2006.

Wereldwijde milieucrisis
Ook het internationale milieubeleid belandde in een crisis. Milieuwetten raakten meer en meer ondergeschikt aan handelsbelangen. Tekenend was de duurzaamheidsconferentie van de Verenigde Naties (VN) in Johannesburg (zomer 2002), bedoeld om spijkers met koppen te slaan op het gebied van duurzame ontwikkeling. Het werd een beschamende promotieweek voor vrije wereldhandel. Weliswaar werd het Kyoto-protocol begin 2005 eindelijk in werking gesteld, maar de daarin vastgestelde geringe besparingen op de uitstoot van broeikasgassen kunnen de opwarming van de aarde bij lange na niet meer stoppen. De Klimaatbijeenkomsten in Montreal (2005) en Nairobi (2006), bedoeld als vervolg op Kyoto, leverden slechts wat voorzichtige afspraken op. Gelukkig groeit wereldwijd het verzet tegen de uitverkoop van de aarde en de oppermacht van de vrije markt: de anders-globaliseringsbeweging. Ook aan de top durft een enkeling zijn nek uit te steken. Zoals de voormalige vice-president van de Verenigde Staten Al Gore die in oktober 2006 voor de première van zijn klimaatfilm ‘An Unconvenient Truth’ Nederland aandeed.

Komend decennium is een cruciale periode. Dan zal blijken of de wereld in staat is het tij met vereende krachten te keren of niet. Milieudefensie loopt uiteraard mee in de voorhoede – principieel, constructief en geweldloos. En met uw steun zullen we dat succesvol blijven doen!

Kort overzicht recente campagnes

  • Vanaf midden jaren negentig slibde Nederland nóg sneller dicht met wegen, woonwijken en bedrijventerreinen. Daarom riep Milieudefensie het behoud van de open, groene ruimte in 1999 uit tot speerpunt (campagne 'Ruimte en landschap'). Het schrappen van de plannen voor een enorm transportcentrum (MTC) in het rivierenland bij Nijmegen was in 2002 de eerste in een reeks klinkende successen (zie verder onder ‘successen’). Sinds de nieuwe Nota Ruimte (2004) staan natuur en landschap echter meer dan ooit onder druk. Vrijwel overal mag gebouwd worden. Vooral het areaal nieuwe bedrijventerreinen staat in geen verhouding tot de werkelijke behoefte. Aan de Ecologische Hoofdstructuur - een keten van natuurgebieden - wordt geknabbeld. En nationale landschappen, zoals het Groene Hart, worden aan alle kanten bedreigd.
  • In 2000 startte de campagne 'Landbouw en voedsel', die meer EKO-producten (eten zonder gif) in de supermarkten bracht en fabrikanten (Bonduelle, Hak) over de streep trok om biologische producten op de markt te brengen. In 2005 kregen acties om gifmetingen op groente en fruit in de supermarkt openbaar te maken het gewenste resultaat. Momenteel wordt er samen met JMA campagne gevoerd om voor eens en altijd af te rekenen met de bio-industrie. Een nieuw middel dat daarbij wordt ingezet, is het burgerinitiatief.
  • De campagne 'Globalisering' startte eveneens in 2000. De focus ligt op twee onderwerpen: ontbossing en Nederlandse bedrijven die in het buitenland het milieu aan hun laars lappen (met Shell als meest beruchte recidivist). Ook zit deze campagne instituten als de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie WTO op de huid.
  • De campagne 'Klimaat en energie' (2001) voert een taaie strijd om overheden aan te zetten tot meer klimaatmaatregelen. Sinds 2006 zet de campagne in op klimaatvriendelijker investeringsgedrag bij banken.
  • De campagne 'Verkeer' hield zich na het ter ziele gaan van het Bulderbos, bezig met het danig in het slop geraakte openbaar vervoer. Toen in 2004 uit satellietmetingen bleek dat de lucht boven Nederland tot de meest vervuilde ter wereld behoort, startte ‘Nederland in ademnood’. Daarmee zette Milieudefensie het belang van schone lucht op de kaart als een van de belangrijkste milieu- én gezondheidsproblemen in Nederland.
  • In 1999 is Milieudefensie nauw gaan samenwerken met de reeds bestaande jongerenorganisatie Jongeren Milieu Actief. De jongeren scoorden meerdere jaren achtereen met de CO2-besparingsactie The Bet en de actie Miss Koop rond zinloze producten en verpakkingen. Momenteel zet JMA zich in voor het burgerinitiatief tegen de bio-industrie.
  • De kortstondige campagne 'Gevaarlijke stoffen' (2004-2005) ging van start met een knelpuntentour langs risicolocaties waar gevaarlijke transporten (chloor, ammoniak, lpg) plaatsvinden en maakte later met succes afspraken over het weren van schadelijke stoffen uit cosmetica.