Berichten

Het zou van lef getuigen als Nederland in tien jaar afrekent met aardgas

FD illustratie Hein de Korte

Het zou van lef getuigen als Nederland in tien jaar afrekent met aardgas

28 maart 2017

Amsterdam, 28 maart 2017 - Het nieuw te vormen kabinet moet met lef, ambitie en ondernemerschap werk maken van een versnelling van de energietransitie. Daarvoor pleit directeur Gerald Schotman van de NAM in Het Financieele Dagblad van woensdag 22 maart. Als we Schotman moeten geloven, betekent dat vooral ruim baan voor de NAM om zoveel mogelijk gas uit de bodem en in de Nederlandse samenleving te pompen.

Opinie door directeur Donald Pols van Milieudefensie, verschenen in Het Financieele Dagblad, dinsdag 28 maart 2017

Het vergt zeker lef om gas een centrale rol te geven in de overgang naar een duurzame energievoorziening. Niet in de laatste plaats omdat de afgelopen jaren pijnlijk duidelijk is geworden hoeveel ellende de gaswinning voor inwoners van de provincie Groningen oplevert. Hun huizen verzakken, scheuren en storten in door aardbevingen, een direct gevolg van de winningsactiviteiten van de NAM. Het is behoorlijk lef hebben om dan in een opinieartikel gas te bewieroken zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de problemen in Groningen.

Niets wezenlijks gedaan voor de overstap op duurzame warmte in de zeven miljoen huizen in Nederland

Ambitie en ondernemerschap betekenen in de visie van de NAM dat er de komende jaren volop wordt ingezet op gas, als ‘minst vervuilende bron’ (aldus Schotman) van fossiele energie. De gassector toont zich hier een wolf in schaapskleren. Ambitieus is deze vertaling van de opgave waar Nederland voor staat niet te noemen. Al decennia wordt gas gepromoot als overgangsbrandstof, die duurzame bronnen als zon en wind moet aanvullen tot we zonder kunnen. Al decennia lang levert deze koers vooral vertraging op voor de energietransitie.

De NAM heeft steeds meer gas gewonnen en verkocht en ondertussen zijn er drie gigantische kolencentrales bijgekomen die onbekommerd hun viezigheid uitbraken. Er is niets wezenlijks gebeurd om over te stappen op duurzame warmte in de zeven miljoen huizen in Nederland. De wettelijke plicht om huizen aan te sluiten op gas had tien jaar geleden al vervangen kunnen worden voor de plicht om nieuwbouwhuizen aan te sluiten op fossielvrije verwarming, maar achtereenvolgende regeringen staken de kop in het zand en lieten de ambitie varen.

Het beeld van gas als vervanging van de nog viezere kolen is vooral goed geweest voor de winstverwachting van de gassector. Het klimaat en de schone energiesector zijn er geen millimeter mee opgeschoten.

Kolen, olie en gas kunnen een moderne samenleving niet meer naar behoren bedienen. Duurzame bronnen als zon, wind en aardwarmte kunnen dat wel. Er is meer dan voldoende innovatiekracht in Nederland om veel sneller om te schakelen. Als het gaat om elektriciteit voeren we in Nederland eindelijk het tempo op: wind op zee wordt razendsnel uitgebreid voor historisch lage prijzen. Maar als het gaat om gas en verwarming is veel meer ambitie nodig.

Kolen, olie en gas kunnen moderne samenleving niet meer bedienen

Dat Nederland daartoe wel degelijk in staat is, toonde Schotman zelf aan door te verwijzen naar het duizelingwekkende tempo waarin Nederlandse huizen in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn aangesloten op gas. Tijd om dat kunstje nog een keer toe te passen met het afsluiten van de gaskraan.

Technieken voor alternatieve warmtevoorziening zijn ruim voorhanden, nu is een eerlijk speelveld nodig om dit ook grootschalig toe te gaan passen. In de energieagenda van nu demissionair minister Henk Kamp van Economische Zaken is de deadline voor een gasloze samenleving gesteld op 2050. Dat is te laat voor het klimaat en te laat voor de Groningers. Een typisch voorbeeld van de ‘zesjes-ambitie’ die door Schotman wordt gehekeld.

Met zijn pleidooi om geen genoegen te nemen met een zesje ben ik het van harte eens. Een deltaplan voor een snelle gastransitie is niet alleen goed voor Groningen en het klimaat, het levert ook buitengewoon veel werkgelegenheid op. Als de gassector eindelijk zijn hakken uit het zand haalt en de blik naar voren richt, is er ook voor de werknemers daar vast een rol te vinden.

Het zou van lef getuigen als Nederland het tempo van de jaren zestig evenaart en in tien jaar afscheid neemt van aardgas. Zoals Schotman terecht stelt: we kunnen niet op deze voet door blijven gaan. Dat geldt dus ook voor de NAM.