Handel zonder Grenzen award

Handel zonder Grenzen award – Profiel Newmont

31 mei 2017

Newmont geeft aan dat mensenrechten voor het bedrijf voorop staan, dat het bedrijf de fundamentele vrijheden en rechten respecteert van zijn arbeiders en de gemeenschappen die geraakt worden door hun bedrijfsactiviteiten, dat het er alles aan doet om negatieve impacts op de mensenrechten te voorkomen en tegen te gaan en dat het er alles aan doet om het milieu te beschermen.

Mijnbouw, en met name goudwinning, wordt wereldwijd geassocieerd met vervuiling van land en water met zware metalen zoals arseen en kwik. Dat leidt tot vernietiging van ecosystemen en het leefmilieu, gezondheidsproblemen bij de lokale bevolking en bedreigt hun bestaanszekerheid. De activiteiten van Newmont zijn daarbij helaas geen uitzondering.

Newmont kwam zeer onlangs in het nieuws omdat het zijn aandeelhouders afraadt om op de aandeelhoudersvergadering van 20 april 2017 voor een motie te stemmen die Newmont oproept een mensenrechtenrisico-analyse uit te voeren en inzicht te geven in hoe het de mensenrechtenrisico’s van de eigen activiteiten en de toeleveringsketen van het bedrijf opspoort en analyseert.

Belastingontwijking in Peru en Ghana

Newmont wordt ervan beschuldigd dat het alleen al in 2013 in Peru voor 137 miljoen USD aan belasting heeft ontweken. De door Newmont geëxploiteerde Yanacocha-mijn zou Peru over de laatste 20 jaar nog 1,8 miljard dollar schuldig zijn. Dat komt neer op 4,3% van het totale overheidsbudget van 42,2 miljard voor 2017. Dat is geld dat niet gemist kan worden in een land waar één op de vier burgers in armoede leeft en investeringen in zorg en onderwijs hard nodig zijn.

In maart 2017 werd Newmont in Ghana onderscheiden voor zijn sociaal-economische bijdrage als de op een na grootste belastingbetaler van het land. De investeringsovereenkomst die Newmont met Ghana sloot is echter zwaar bekritiseerd, vanwege de voor het bedrijf uitzonderlijk gunstige belastingvrijstellingen en lage royalty-afdrachten.

Mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling

In 2009 bemachtigde Newmont de Public Eye Award voor mijnbouwactiviteiten in het oosten van Ghana, vanwege de gewetenloze vernietiging van unieke habitats, de brute gedwongen verplaatsing van lokale gemeenschappen en de vergiftiging van bodem en rivieren.

Ghana

Newmont wordt bij de Ahafo-mijn in Ghana in verband gebracht met ernstige milieuvernietiging, vervuiling met giftige stoffen en met het gebruik van geweld tegen lokale gemeenschappen. De getroffen lokale gemeenschappen in Ghana schreven een brief waarin zij beschrijven hoe Newmont de hulp van het leger inroept en hen hand- en spandiensten verleent om de lokale bevolking in toom te houden als er wordt geprotesteerd tegen het bedrijf, ze schreven over milieuvervuiling met cynanide, over destructie van het land waarvan de lokale bevolking afhankelijk is en de zeer gebrekkige compensatie die mensen daarvoor ontvangen.

Peru

Newmont is in Peru betrokken bij de verdrijving van inheemse bevolkingsgroepen die al eeuwen het land bewonen omdat er een grote goudvoorraad zit. De afgravingen van de dagbouwmijnen van Newmont beslaan een gebied van 25.000 ha. Newmont wint er goud door de rots te vergruizen met dynamiet, waarna ze dit bespuiten met cyanide om het goud te binden. Hoewel volgens Newmonts eigen milieu-inventarisaties geen sprake is van onomkeerbare milieuschade, is het duidelijk dat dit een bijzonder riskante en vervuilende methode is. Plannen van Newmont om het mijnbouwproject verder uit te breiden, leidden tot massaal protest van de lokale bevolking die vreesde voor ernstige vervuiling van vier meren in het gebied. Onder druk van de protesten werd het project in 2011 gestaakt. Om te zorgen dat uitstel ook echt afstel wordt, duren de protesten voort.

Indonesië

In Indonesië leeft de bevolking in de buurt van (dagbouw)mijnen van Newmont (en andere mijnbouwbedrijven) met de gevolgen van grootschalige milieuvernietiging, vervuiling met zware metalen en cyanide en de daardoor veroorzaakte ernstige gezondheidsproblemen. In Batu Hijau dumpte Newmont toxisch ertsafval domweg in zee. Gedupeerden begonnen een rechtszaak en eisten 137 miljoen USD van Newmont. Het bedrijf trof uiteindelijk een schikking van 30 miljoen, uitgesmeerd over 10 jaar.

ISDS-claim tegen Indonesië

In 2009 nam het Indonesische parlement een nieuwe wet aan om te zorgen dat de mijnbouw meer zou gaan bijdragen aan nationale ontwikkeling. Indonesië wilde minder afhankelijk worden van de export van ruwe grondstoffen. Om meer toegevoegde waarde binnenslands te creëren, moesten alle in het land actieve mijnbedrijven een smelterij bouwen om de gedolven mineralen verder te verwerken. Vanaf 2014 zou een exportverbod gaan gelden voor ongeraffineerde mineralen. Met deze wet wilde Indonesië de werkgelegenheid en de economie te stimuleren.

Newmont lanceerde vanwege deze beperkende maatregelen een ISDS-claim tegen Indonesië, op basis van het investeringsverdrag tussen Nederland en Indonesië. Newmont deed dit via een brievenbusmaatschappij in Nederland. Dit bedrijf, Nusa Tenggara, houdt kantoor in Amsterdam. Het heeft nul man personeel, maar meer dan een miljard euro in aandelen.

Onder druk van deze investeringsclaim trof de Indonesische regering een schikking met Newmont. Het bedrijf kreeg een licentie om toch ongeraffineerde grondstoffen te mogen blijven exporteren, en dit ook nog eens tegen veel lagere tarieven dan de wet voorschrijft (7,5% in plaats van 25%). Daarop trok Newmont zijn ISDS-claim in.

Newmont kreeg de gunstige exportlicentie op voorwaarde dat ze een verwerkingsfabriek zouden bouwen om de grondstofverwerkende industrie in Indonesië te versterken. Maar dit is tot op heden nog niet gebeurd.

De Newmont-claim is een duidelijk voorbeeld van hoe bedrijven ISDS in investeringsverdragen (via brievenbusmaatschappijen) kunnen gebruiken om overheden onder druk te zetten. In 2002 zag Indonesië zich al gedwongen om vanwege de dreiging van investeringsclaims af te zien van een stop op mijnbouw in beschermd regenwoud. Omdat Indonesië, mocht het in het ongelijk worden gesteld, die claims nooit zou kunnen ophoesten, zo verklaarde de toenmalige minister van milieu.

Omdat bedrijven via ISDS zoveel ongewenste druk op het nationaal beleid kunnen uitoefenen, kondigde Indonesië in 2014 aan al zijn bilaterale investeringsverdragen (BITs) te gaan opzeggen. Het verdrag met Nederland, het eerste met ISDS, is al gesneuveld. Indonesië wil zijn BITs heronderhandelen op basis van een eigen modelovereenkomst, die het land veel meer mogelijkheden geeft om te zorgen dat buitenlandse investeringen ten goede komen aan de eigen sociaaleconomische ontwikkelingsdoelstellingen.

Voor uitgebreide informatie over deze zaak, zie ttps://www.tni.org/files/download/newmont-indonesia-case-4.pdf