Dossier Allemaal lokaal

Wist je dit al over melk?

28 november 2016

Wil je meer weten over de problemen rond onze melk, de keten er omheen, en de oplossingen die wij willen? Hier vind je veelgestelde vragen mét onze antwoorden.

 

 

De problemen met melk

1. Waarom is melk milieuvervuilend? Hoe draagt melk bij aan klimaatverandering?

2. Hoeveel broeikasgassen stoten de koeien in Nederland uit?
3. Zijn er ook te veel kippen en varkens?
4. Welke partijen verdienen allemaal aan een pak melk? En hoeveel verdienen zij?

5. Wat is het gevolg voor boeren dat ze onder de productieprijs produceren?
6. Wat is biologische melk?

Onze oplossingen

7. Wat moet er volgens jullie veranderen in de Nederlandse veehouderij?

8. Hoe ziet de toekomstige boer er volgens Milieudefensie idealiter uit?
9. Ecologisch en regionaal? Willen jullie soms terug in de tijd?
10. Is een grootschalige melkveehouderij niet juist efficiënter en duurzamer?  


11. We moeten toch eigenlijk helemaal stoppen met het drinken van melk?
12. Wat is een grondgebonden melkveehouderij? Hebben we daar genoeg ruimte voor?
13. Wil Milieudefensie heel veel koeien laten afslachten?

14. We hebben toch al oplossingen voor het mestprobleem, zoals vergisters?
15. Wat is het voordeel van koeien in de wei?

De problemen met melk

1. Waarom is melk milieuvervuilend? Hoe draagt melk bij aan klimaatverandering?


Voor soja voor ons vee putten we in Zuid-Amerika nu de bodem uit (ontbossing, monocultuur – het verbouwen van slechts één soort gewas) en zijn hele stukken land niet meer te gebruiken voor de productie van voedsel. In Nederland zitten we tegelijkertijd met een mestoverschot (veel dieren, weinig land) waardoor we ons milieu vervuilen en de Nederlandse natuur schade oploopt.

Per liter melk wordt 1,24 kg CO2-equivalent broeikasgas uitgestoten. Voor 1 kg kaas waar 10 liter melk in zit, is dat het tienvoudige. (CO2-equivalent is een rekeneenheid om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken.

 De melkveehouderij zorgt vanuit zichzelf al voor veel CO2-uitstoot, maar ook voor andere broeikasgassen zoals methaan (dat vrijkomt bij koeien) en lachgas (dat vrijkomt bij grasland). 

Daarnaast komen veel broeikasgassen vrij in relatie tot de veevoerteelt zoals soja. Omdat de soja die nodig is om de melk te kunnen maken, voor het grootste deel in gebieden groeit waar de afgelopen 20 jaar bos heeft gestaan, draagt melkproductie bij aan klimaatverandering door ontbossing. Ontbossing zorgt voor circa 20 procent van de broeikasgassen die vrijkomen. 



De groei van de melkveehouderij ondermijnt inspanningen om CO2 uitstoot te beperken. De broeikasgasuitstoot is tussen 2011 en 2015 in de melkveehouder gegroeid van 16,5 naar 18,3  MTon CO2 equivalant, terwijl het doel juist was dat de emissie  fors zou dalen. De overheid heeft 6 miljard euro aan subsidies verstrekt om diezelfde uitstoot met windmolens op zee te compenseren! De groei van de melkveehouderij ondermijnt dus onze CO2-reductie inspanningen en kost de maatschappij heel erg veel geld. Door steeds meer koeien, meer soja import en meer mestverwerking- en export groeit de broeikasgasuitstoot van de melkveehouderij de laatste drie jaar zeer fors, zonder dat er sprake is van klimaatneutrale groei na 2011 zoals de zuivelorganisaties en landbouworganisaties hebben beloofd. Omschakeling naar biologische melkveehouderij is eigenlijk een van de weinige opties voor de zuivelsector die de klimaatneutrale groei binnen bereik kan brengen.

De broeikasgasuitstoot is bij biologische melk veel lager. Volgens het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) is de broeikasgasuitstoot van biologische melk per liter een stuk lager en al helemaal per hectare. Volgens de Sectorrapportage duurzame zuivel 2015 (WER) is de broeikasgasuitstoot in de melkveehouderij tussen 2011 en 2015 met maar liefst 11 procent toegenomen met een hoeveelheid van 1,77 Mton CO2 eq.

Schaalvergroting is niet de oplossing voor het klimaatprobleem. De zuivelorganisatie NZO wil ons laten geloven dat Nederlandse koeien de laagste broeikasgasuitstoot per kg melk hebben van de wereld. De vraag is of dit relevant is, want het sturen op efficiëntie leidt tot schaalvergroting en tal van ongewenste maatschappelijke bij-effecten. Belangrijk is dat de broeikasgasuitstoot van de Nederlandse melkveehouderij fors daalt en dat de broeikasgasuitstoot per hectare zo laag mogelijk is. De melkveehouderij ontwikkelt zich nu echter in de tegenovergestelde richting.



< omhoog

2. Hoeveel broeikasgassen stoten de koeien in Nederland uit?

1 liter pak melk van ca. 1 euro betekent:
- 35-40 gram genetisch gemodificeerde (RTRS) soja uit Zuid-Amerika  
- 0,1 m2 areaal sojateelt in Zuid-Amerika met ongeveer 50 procent kans dat daar afgelopen 20 jaar bos stond 
- 1,2 kg CO2-equivalent broeikasgas
- 500 liter water  
- 4,4 kg mest

Per liter melk wordt 1,2 kg CO2-equivalent broeikasgas uitgestoten. (CO2-equivalent is een rekeneenheid om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken). Voor 1 kg kaas waar 10 liter melk in zit, is dat het tienvoudige.

< omhoog

3. Zijn er ook te veel kippen en varkens?

Ja. Er zijn ruim 100 miljoen kippen en bijna 14 miljoen varkens. Ook die produceren veel te veel mest, ammoniak, fijnstof en broeikasgassen. Diverse politieke partijen pleiten voor een verstandige krimp van de veestapel. De overheid heeft rond het jaar 2000 miljarden euro’s gestopt in het verkleinen van de varkensstapel. Deze moest krimpen met 15 procent tot 11 miljoen dieren. De sector mocht daarna dankzij lobby bij politieke partijen als CDA en VVD  opnieuw groeien met een paar miljoen varkens.

< omhoog

4. Welke partijen verdienen allemaal aan een pak melk? En hoeveel verdienen zij?

Alle partijen in de keten verdienen aan melk, alleen zijn de machtsverhoudingen scheef gegroeid in het nadeel van boeren en in het voordeel van multinationals en supermarkten.

Uit de volgende  grafiek met melkprijzen in de supermarkt blijkt dat supermarkten en zuivelbedrijven de afgelopen 2 jaar enorm veel winst hebben gemaakt. Met name toen de melkprijs voor boeren in de zomer van 206 steeds verder omlaag ging tot ca. 20 cent/kg melk.
 
In het jaar dat boeren steen een been klaagden over te lage melkprijzen, rapporteerde Friesland Campina hoge winsten en verhoogden supermarkten de melkprijzen in de schappen. Voor dezelfde melk worden in een andere verpakking soms veel hogere prijzen aan de consument gevraagd.

< omhoog

5. Wat is het gevolg voor boeren dat ze onder de productieprijs produceren?

Geen enkele ondernemer houdt het lang vol om minder te krijgen dan de kostprijs, want dan lijdt je elke maand meer verlies. Boeren lossen dat vaak op door hard te werken, veel zelf te doen, genoegen te nemen met zeer lage inkomens, een partner die een inkomen buiten het bedrijf heeft of door neveninkomsten te genereren. Veel melkveehouders voelen zich ondergewaardeerd en onderbetaald. Er zijn relatief veel sociale problemen door armoede, zoals scheidingen en zelfmoorden. Er willen nauwelijks meer jonge boeren boer worden. Een slechte zaak want we blijven boeren nodig houden voor onze voedselproductie en voor ons landschap. 

< omhoog

6. Wat is biologische melk?

Biologische melk is de meest duurzame manier om zuivel te produceren. Steeds meer mensen kopen biologische melk (groei circa 10 procent per jaar, met een groot marktaandeel in supermarkt zuivelschappen). Een biologische productiewijze brengt minder schade aan het milieu toe, bevordert biodiversiteit, houdt natuurlijke hulpbronnen in stand, bewaart kringlopen, respecteert dierenwelzijn en houdt het platteland leefbaar. Biologische melk heeft een EKO of Europees keurmerk dat garant staat voor een productiewijze met weinig koeien per hectare, geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen en Europees veevoer. In Nederland voert SKAL hierop de controle uit.

Meer informatie:
- Over SKAL, wat zij doen en waar ze op controleren.

< omhoog

Onze oplossingen

7. Wat moet er volgens jullie veranderen in de Nederlandse veehouderij?


Wij willen een eerlijke, ecologische landbouw, gericht op de eigen regio (‘agro-ecologie’), zowel in Nederland als internationaal. Bij deze manier van landbouw bedrijven, neemt de boer de lokale omgeving en bijbehorende natuur als uitgangspunt en we produceren voornamelijk voor de eigen regio. In het buitenland richten we ons daarbij op het tegengaan van ontbossing ten behoeve van de Nederlandse vraag naar agrarische bulkproducten, zoals soja en palmolie.

Binnen de verandering naar een eerlijke, ecologische en regionale landbouw kiezen we er de komende periode voor in te zetten op regionalisering van veevoer. Het gebruik van krachtvoer (met name soja) levert in de veehouderij de grootste bijdrage aan klimaatverandering. Als we ons eigen veevoer gaan produceren, lossen we het probleem van ontbossing in Zuid-Amerika grotendeels op. Zo gaan we klimaatverandering als gevolg van ontbossing tegen. 

Van daaruit willen we het debat en de campagne verbreden naar regionaliseren van ons hele voedselsysteem. Regionaal veevoer is een essentieel onderdeel van een voedselnetwerk met regionale productie en consumptie. Het grondgebonden maken van de veehouderij is hierbij een belangrijk onderdeel. Grondgebonden wil zeggen dat boeren het veevoer zoveel mogelijk op het eigen bedrijf telen en ze genoeg grond hebben om de mest op uit te rijden en koeien in de wei de wei te laten.

De keuze voor grondgebonden en regionale melkveehouderij, betekent dat er minder plek is in Nederland. We moeten circa 20-30 procent minder koeien houden. Daarom willen we ook dat Nederland veel minder zuivel exporteert. Milieudefensie is voor een wettelijke maximum van ruim 2 koeien per hectare en maximaal 16.750 kg melk per hectare. Dit laatste bepleiten wij in een coalitie Plan Grondgebonden Melkveehouderij, als alternatief voor de kabinetsplannen en sectorplannen voor de melkveehouderij.  



Meer informatie:
Plan grondgebonoden melkveehouderij

< omhoog

8. Hoe ziet de toekomstige boer er volgens Milieudefensie idealiter uit?

Dat hangt erg af van de teelt, maar een toekomstige boer is biologisch of past zeer milieuvriendelijke technieken toe en heeft geen negatieve impact op de omgeving hier en in de rest van de wereld en levert gezonde duurzame producten.

< omhoog

9. Ecologisch en regionaal? Willen jullie soms terug in de tijd?

Nee, de tijd van Ot en Sien komt niet meer terug. Wel komt er een moderne ecologische en meer regionale voedselproductie en -consumptie met slimme technieken waarbij er kleinere kringlopen zijn van voer en mest, passend in een circulaire en klimaatneutrale economie die binnen 10 jaar werkelijkheid kan zijn.

< omhoog

10. Is een grootschalige melkveehouderij niet juist efficiënter en duurzamer?  


Een grootschalige melkveehouderij met megastallen is onwenselijk, al kan het per kg melk wel efficiënter en goedkoper zijn. Het is zeker niet duurzamer, de grootschaligheid vergroot de milieu- en gezondheidsproblemen juist, zeker lokaal maar ook landelijk.

Veel wetenschappers en bedrijven geloven in een lage uitstoot per kilo product en schaalvergroting als de sleutel naar duurzaamheid. Dit blijkt niet te werken. Een lage uitstoot per hectare zoals in de biologische landbouw is een veel beter duurzaamheidscriterium.  





Kijk maar naar de energiewereld. Dertig jaar geleden zeiden de oliemaatschappijen: we lossen het klimaatprobleem op met zuinigere auto's. Ondertussen zijn er twee keer zoveel auto's en is de uitstoot per saldo niet lager. Efficiency helpt in theorie wel, maar in de praktijk niet: het product wordt goedkoper en dan ga je meer gebruiken. Uiteindelijk red je het daar niet mee. Voor de CO2-uitstoot heeft efficiency wat betreft de totale uitstoot door de sector in al die 30 jaar niks opgeleverd.





Het grote nadeel van schaalvergroting is naast kostprijsverlaging dat bedrijven niet meer in een kringloop van gras-koe-mest kunnen produceren. Dat betekent dat er niet meer genoeg grond is om voer te verbouwen voor de koeien, mest op uit te rijden en koeien te weiden. Een bedrijf heeft dan zoveel koeien dat er extra voer van elders moet komen en het de mest niet meer kwijt kan op het eigen land. De productie van krachtvoer en de verwerking van mest kosten enorm veel energie en dat is slecht voor het milieu. Dan is een melkveebedrijf geen boerderij meer, maar een fabriek met koeien als productiemiddel, die jaarrond in de stal staan. Dit kunnen we voorkomen als we grondgebonden produceren. Dat wil zeggen met ongeveer twee koeien per hectare en met zoveel mogelijk voer van het eigen bedrijf en ruimte om de koeien in de wei te laten. Dat is niet alleen beter voor de koeien, maar ook beter voor het milieu, weidevogels en de natuur. 



< omhoog

11. We moeten toch eigenlijk helemaal stoppen met het drinken van melk?

Dat er iets moet veranderen aan ons dagelijks eten en aan de manier waarop dat gemaakt wordt, is voor velen allang geen vraag meer. Klimaatverandering vraagt om actie. Onze landbouw en ons menu dragen flink bij aan het klimaatprobleem.

Sommige mensen gaat het allemaal niet snel en niet ver genoeg, anderen krijgen het gevoel dat ze niks meer mogen van Milieudefensie. Wij vinden niet dat we helemaal geen dieren moeten houden. Wij zijn een milieuorganisatie en bekijken dit dan ook meer vanuit milieuperspectief. Voor het sluiten van ecologische kringlopen, voor goed grond- en natuurbeheer is een duurzame veehouderij volgens ons onontbeerlijk. Daarom werken wij met onze campagne aan het verduurzamen van de veehouderij, dat wil zeggen: minder en beter.

Anders produceren
Ons doel is ecologische (klimaat)rechtvaardigheid en een kleine milieu voetafdruk. In een duurzaam voedselsysteem is er vanuit die optiek ruimte voor een kleinschalige, lokaal georganiseerde veehouderij. Veehouderij heeft namelijk, als het op de juiste manier is ingericht, een functie in ons ecologische systeem: we hebben mest nodig om onze landbouwgrond te voeden, liefst zonder kunstmest. Het gaat erom dat we de kringloop van mest-bodem-gewas-dier sluiten en in balans brengen. Dit betekent ook een kleinere veestapel. Alleen dan kan de impact van het voedselsysteem op klimaatverandering en andere schadelijke emissies minimaal zijn. En lokaal veevoer. Daarmee zouden we ons beslag op landbouwgrond buiten Europa kunnen verkleinen en de kringloop van grond-veevoer-mest kunnen sluiten.

Anders consumeren
Het is niet alleen nodig dat we anders produceren, maar ook dat we minder vlees, zuivel en eieren  eten. Als het aan Milieudefensie ligt, wordt ons menu in de nabije toekomst dan ook een stuk plantaardiger. Milieuvriendelijke alternatieven voor melk zijn bijvoorbeeld sojamelk, amandelmelk en rijstmelk. 
Er zijn ook milieuvriendelijke alternatieven voor kaas, zoals plantaardige sandwichspreads. Dat is voor velen van ons misschien wennen, maar onze kinderen weten straks niet beter. En het is een stuk gezonder voor onszelf en voor onze landbouw.

We zijn ons ervan bewust dat deze veranderingen niet van de één op de andere dag gemaakt zijn. Veranderingen gaan niet vanzelf en kosten helaas tijd. Niet in de laatste plaats omdat de voedingsindustrie en supermarkten er weinig belang bij hebben. En de overheid aan de zijlijn blijft staan en soms zelfs tegenwerkt. Daarom hebben we iedereen nodig. Ook de hulp van de boeren die vaak hun productieproces wel willen veranderen, maar dat helaas niet altijd kunnen om financiële redenen. Alleen samen maken we de landbouw en ons menu duurzamer en eerlijker. Onze melkcampagne is bedoeld als eerste stap op weg naar een duurzame toekomst. 

< omhoog

12. Wat is een grondgebonden melkveehouderij? Hebben we daar genoeg ruimte voor?

Grondgebonden wil zeggen dat boeren het veevoer zoveel mogelijk op het eigen bedrijf telen en ze genoeg grond hebben om de mest op uit te rijden en koeien in de wei de wei te laten. Wij hebben samen met de boerenorganisatie voor grondgebonden melkveehouders een definitie opgesteld voor grondgebonden melkvee. Dat is ongeveer 2 koeien per hectare zodat er voldoende grond is voor veevoerproductie, mestafzet en koeien in de wei.

Als het huidige aantal melkkoeien aan deze norm zou moeten voldoen, is er veel meer landbouwgrond in Nederland nodig. Die is er niet, dus zal de melkveestapel kleiner moeten worden, met name bij intensieve melkveehouders met weinig grond. Met een hogere melkprijs wordt dit voor hen ook financieel haalbaar.

Meer informatie:
- Plan grondgebonden melkveehouderij

< omhoog

13. Wil Milieudefensie heel veel koeien laten afslachten?


Nee, Milieudefensie wil niet heel veel koeien laten afslachten, maar zij is wel voor een kleinere melkveestapel. Zeker nu deze na het loslaten van het melkquotum in korte tijd enorm groeide. Onder druk van de Europese commissie moest Nederland in korte tijd een plan maken voor minder koeien, waardoor er in 2017 veel gezonde koeien geslacht moeten worden. Als die haast er niet was geweest, had de melkveestapel ook kunnen krimpen zonder koeien te slachten, namelijk door minder koeien te insemineren en zo te zorgen dat er minder kalfjes komen.

< omhoog

14. We hebben toch al oplossingen voor het mestprobleem, zoals vergisters?

Omdat het probleem met mest vooral een teveel aan fosfaat, stikstof en ammoniak is, lost mestvergisting niets op. Met vergisting haal je namelijk alleen de koolstof uit de mest en doet niets met fosfaat, stikstof of ammoniak. De koolstof die er uitgehaald wordt met vergisten is daarnaast juist ook waardevol voor een vruchtbare bodem en om koolstof uit de lucht op te slaan in de grond (broeikaseffect tegengaan).

< omhoog

15. Wat is het voordeel van koeien in de wei?

Een koe in de wei is goed voor de koe, het landschap en het milieu en voor weidevogels .

Koeien zijn van nature grazers. Ze hebben ruimte nodig en vers gras. Veel koeien die het hele jaar binnen staan krijgen last van slijt-, druk-, en doorligplekken en pijnlijke klauwontstekingen. Als ze buiten in de wei staan is dit te voorkomen.

Als koeien in de wei staan produceren ze net zoveel mest en gas, maar dan eten ze in ieder geval gewoon gras en hoeven ze minder krachtvoer te eten. Dat is goed voor het milieu omdat de productie van krachtvoer erg milieuonvriendelijk is. Ook is weidegang beter voor een lagere ammoniakemissie en voor de weidevogels, die afhankelijk zijn van insecten die op koeienvlaaien afkomen.

< omhoog