english

Laat je niet voor de gek houden, ISDS-claimsysteem in TTIP nog springlevend

In reactie op alle kritiek op ISDS - de regeling waarmee multinationals claims kunnen indienen tegen democratisch genomen besluiten - heeft de Europese Commissie het Investment Court System bedacht. Het moet de nieuwe basis worden voor investeringsbescherming binnen TTIP en andere verdragen. Maar ICS is oude wijn in nieuwe zakken. Lees onze fundamentele bezwaren tegen dit plan.

Er zijn nog steeds geen overtuigende redenen om ISDS – in welke vorm dan ook – op te nemen in TTIP. Ook niet als men het probeert te presenteren als een investeringshof. Met onderstaande argumenten willen we laten zien dat met ISDS de rechten van zakelijke investeerders voorrang krijgen boven de belangen van burgers, en hoe de macht van buitenlandse investeerders ten opzichte van soevereine staten wordt vergroot.

Volop rechten voor buitenlandse investeerders, geen verplichtingen

Het voorgestelde ICS geeft buitenlandse investeerders nog steeds voorrang boven het belang van burgers, zonder daar enige verplichtingen aan te verbinden op bijvoorbeeld het gebied van milieu, welzijn, gezondheid, veiligheid en andere normen. ICS staat net als ISDS toe dat buitenlandse investeerders de nationale rechter kunnen omzeilen en EU-lidstaten rechtstreeks voor een internationaal tribunaal kunnen dagen. Dit discrimineert bovendien binnenlandse investeerders.

Geen rechten voor burgers of anderen die door investeerders zijn benadeeld

ICS werkt maar één kant op. Het is alleen beschikbaar voor buitenlandse investeerders. Burgers die nadeel ondervinden van de activiteiten van mijnbouwbedrijven, banken, voedingsmultinationals of chemische producenten hebben geen toegang tot internationale tribunalen in zaken waarin multinationale bedrijven verantwoordelijk zijn voor het schenden van mensenrechten of het toebrengen van schade aan het milieu. Tegelijkertijd liggen de EU-lidstaten en de Europese Commissie dwars bij voorstellen van de VN, die erop gericht zijn om burgers toegang te geven tot internationale gerechtshoven als hun rechten worden geschonden door investeerders.

Ook ICS schendt rechtsprincipes

De term investeringsrechtssysteem voor ICS is misleidend omdat het geen volwaardig rechtssysteem is. Rechters hebben geen vastgestelde ambtsperiode met een vastgesteld salaris. Zij worden per dag betaald en hebben dus een financieel belang om in het voordeel van investeerders te beslissen om zo meer claims aan te trekken. De beginselen die het fundament vormen voor een onafhankelijk rechtssysteem ontbreken. Dit voorstel komt nog steeds neer op arbitrage, maar met wat cosmetische veranderingen.

Geen onafhankelijke rechters

‘Rechters’ die zitting hebben in het door de commissie voorgestelde ICS zijn niet onafhankelijk. Zij hoeven geen actieve functie als rechter te bekleden, maar hoeven alleen juridisch beëdigd te zijn als rechter of slechts te beschikken over een erkende bevoegdheid als jurist. Huidige private arbiters kunnen als ‘rechters’ worden aangesteld onder ICS. De voorgestelde ethische code kent ook gebreken: er is geen wachttijd voor of nadat zij zijn ingeroosterd, geen duidelijke afbakening van wanneer er sprake is van belangenverstrengeling, en geen duidelijk verbod om betaald te worden voor gerelateerd werk gedurende hun werkzaamheden als arbiter.

Zeer ruime bescherming voor investeerders

De brede definitie in het voorstel van wat als een investering moet worden aangemerkt, maakt dat buitenlandse investeerders in allerlei omstandigheden compensatie van een EU-lidstaat kunnen claimen. De Europese Commissie houdt vol dat investeerders beperkte bescherming genieten. Maar investeerders krijgen nog steeds het recht om te claimen dat nieuwe wetgeving die het algemeen belang dient (bijvoorbeeld waarschuwingen op sigarettenpakjes) neerkomt op ‘indirecte onteigening’ (verlies aan winstgevendheid), als deze “apert buitensporige” invloed heeft op hun bedrijfsactiviteiten. De staat moet dan maar zien te bewijzen dat het effect van hun wetgeving niet buitensporig was.

Geen waarborging van het recht om regelgevend op te treden

De Europese Commissie zegt dat zij in haar ICS-voorstel teksten heeft opgenomen die het recht van nationale regeringen waarborgen om 'regelgevend op te treden'. Echter, het stelsel geeft geen afdoende bescherming: Regeringen mogen alleen maatregelen nemen die ‘noodzakelijk zijn’ om ‘legitieme’ doelen te bereiken. Het blijft daarmee aan arbiters om achteraf te beslissen of het schadeclaim wel of niet gelegitimeerd is.

Risico dat regeringen nieuwe wetgeving niet aandurven

Door investeerders het recht te laten behouden om grote bedragen te claimen van regeringen die nieuwe wetten introduceren, blijft het risico dat regeringen afzien van nieuwe wetgeving. Regeringen die bang zijn voor mogelijke claims zullen geen actie ondernemen of zullen al aangenomen wetten aanpassen aan de wensen van investeerders. Dit ondermijnt democratische besluitvorming.

Enorme uitbreiding mogelijkheden voor bedrijven om EU-regeringen aan te klagen

Het nieuwe voorstel maskeert dat ICS de rechten van investeerders drastisch zou uitbreiden: Alle Amerikaanse investeerders in de EU zouden hier namelijk straks aanspraak op kunnen maken. Momenteel heeft slechts 8% van Amerikaanse bedrijven die in de EU actief zijn (onder bilaterale investeringsverdragen) toegang tot ISDS. Er is tot nu toe al minstens 30 miljard euro aan compensatie geclaimd van EU-lidstaten via ISDS. Het voorstel zou de kans dat regeringen binnen de EU worden aangeklaagd enorm vergroten.

Uitkomst publieksconsultatie over ISDS wordt genegeerd

In antwoord op de groeiende weerstand tegen ISDS, organiseerde de Europese Commissie een publieksconsultatie, gebaseerd op een hervormd ISDS zoals voorzien in het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Europese Unie (CETA). 97% van de respondenten - een overweldigend aantal - wees ISDS af. Het ICS-voorstel van de commissie negeert de zorgen van de burger en laat de privileges voor buitenlandse investeerders ongemoeid.

Geen overtuigende redenen voor ISDS

Het aandringen op bescherming voor investeringen in TTIP is losgezongen van de economische realiteit. De trans-Atlantische investeringsstromen zijn enorm: de EU en de VS zijn elkaars belangrijkste handelspartners. ISDS is duidelijk geen randvoorwaarde voor het aantrekken van directe buitenlandse investeringen, en dus is er ook geen noodzaak voor aanvullende bescherming. Amerika heeft eerder een vrijhandelsverdrag getekend met Australië waarin ISDS niet is opgenomen – dus is er geen reden waarom het niet een verdrag zonder ISDS zou kunnen sluiten met de EU. De EU en Amerika hebben een goed werkend juridisch systeem en buitenlandse investeerders kunnen daar op vertrouwen, net zoals binnenlandse investeerders dat moeten.

En hoe zit het met Canada?

Het voorgestelde ICS zal geen onderdeel uitmaken van het bijna voltooide vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Europese Unie (CETA). Maatschappelijke organisaties, academici en ambtenaren in lidstaten en het Europees Parlement hebben gewezen op belangrijke mazen in de formulering van ISDS zoals opgenomen in CETA.7 Dat de Europese Commissie deze hiaten niet aanpakt en tegelijkertijd ICS niet opneemt in CETA, onderstreept dat er sprake is van een fundamenteel probleem. Dit is een reden te meer waarom CETA niet getekend moet worden.

--
Minister Ploumen zegt dat ISDS 'dood en begraven' is. Eurocommissaris Malmström zegt dat we ons dankzij haar ICS-voorstel geen zorgen meer hoeven te maken. Maar wij weten beter. We laten ons niet misleiden en ons verzet tegen onrechtvaardige privileges voor multinationals gaat onverminderd door.

Loading...