Wat is een megastal?
Een megastal is een hele grote stal vol met dieren voor de productie van vlees of zuivel. Megastallen zijn minstens drie keer zo groot als een gemiddeld gezinsbedrijf.
Dieren in een megastal komen nooit buiten, kunnen niet wroeten en zien (vrijwel) geen daglicht. Staarten worden zonder verdoving afgeknipt en hoektanden ingekort. Het veevoer wordt ver van de boerderij geteeld en met vrachtwagens aangevoerd. De mest en het slachtvee worden weer afgevoerd. Deze manier van veeteelt heeft weinig meer met landbouw te maken. Daarom noemen we een megastal ook wel een veefabriek.
Je spreekt van een megastal bij de volgende aantallen dieren (bron: Alterra):
- 7.500 vleesvarkens,
- 1.200 fokvarkens,
- 120.000 leghennen,
- 220.000 vleeskuikens,
- 250 melkkoeien of
- 2.500 vleeskalveren.
Hoeveel megastallen zijn er in Nederland?
In de vier belangrijkste provincies voor de veehouderij (Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel) zijn er momenteel 242 megastallen met koeien en varkens. Met kippen, geiten en nertsen erbij zijn het er 375. In 2005 waren er nog slechts 95 megastallen met koeien en varkens. Dit aantal is in deze provincies dus meer dan verdubbeld.
Voor heel Nederland is door Milieudefensie een berekening gemaakt van het totale aantal megastallen. In 2010 waren er 575 megastallen, tegenover 184 in 2005!
Wat is er mis met megastallen?
De intensieve veehouderij is slecht voor het milieu, dieren en mensen:
- er ontstaat een groot mestoverschot,
- dieren worden behandeld als vleesmachines,
- megastallen veroorzaken lokale milieuvervuiling zoals fijnstof,
- er zijn risico's voor de volksgezondheid in verband met de kans op de verspreiding van ziektes,
- het veevoer komt uit andere landen (bijvoorbeeld soja uit Latijns-Amerika) en veroorzaakt uitputting van de bodem daar,
- veehouders zijn slachtoffer: voor iedere megastal sluiten minimaal drie gezinsbedrijven,
- megastallen verpesten het landschap.
Kortom, een megastal is een extreme vorm van intensieve veehouderij waar we vanaf willen.