Wat we kunnen leren van de tijd van kar en paard over het efficiënt inkrimpen van ons transportnetwerk.
De paradox van energie-efficiëntie stelt dat de komst van een energie-efficiënte technologie meestal niet tot minder maar tot meer energieverbruik leidt. Dat komt omdat zuiniger technologie dikwijls nieuwe mogelijkheden of toepassingen met zich meebrengt. De televisie is daarvan een goed voorbeeld.
Er zijn bibliotheken vol geschreven over het belang van isolatie voor woningen en over het rendement van verwarmingstoestellen. Maar over het besparingspotentieel van kleding wordt in wetenschappelijke en technische studies met geen woord gerept.
Een reeks recente onderzoeken laat zien dat het verschil tussen windenergie en fossiele brandstoffen toch niet zo fundamenteel is als we denken.
Hernieuwbare energiebronnen moeten niet alleen 'netpariteit' bereiken, energie tegen dezelfde prijs opwekken als fossiele brandstoffen, maar ook 'thermische pariteit' – warmte opwekken tegen dezelfde prijs.
Hoewel peakoil en klimaatopwarming onverzoenbaar lijken, worden beide problemen fundamenteel veroorzaakt door het snel opbranden van fossiele brandstoffen. Het verminderen van het energieverbruik is een doel waar zowel de ASPO als het IPCC zich samen achter zouden kunnen en moeten zetten.
De bedrijfswereld en de politiek gelooft volop in “duurzame” technologie, want die levert werkgelegenheid en extra productie en consumptie op. Je kan dan concluderen dat de milieubeweging haar agenda heeft gerealiseerd. Maar je kan met evenveel recht beweren dat ze onschadelijk is gemaakt.
Efficiëntere en goedkopere lampen leiden maar tot een ding: meer licht.
Algenbrandstof zou de olie van de 21ste eeuw worden. Inmiddels horen we er zelden nog iets over.
Verrassend feit: de elektrische auto van nu rijdt even ver als honderd jaar geleden.