Dit dossier maakt deel uit van ons thema Internationaal.
Onderdelen van de campagne op het thema oliewinning en mijnbouw worden medegefinancierd door de Europese Unie. De inhoud van deze website valt onder de verantwoordelijkheid van Milieudefensie en kan op generlei wijze worden beschouwd als een weergave van standpunten van de Europese Unie.
Alleen een aantal rapporten die door onderaannemers zijn opgesteld mogen door onze advocaat en de boeren worden ingezien. Het gaat om een rapport van een onderaannemer van Shell in het dorp Goi, een van de dorpen waarover de rechtszaak handelt. Documenten over de mate waarin het in Nederland gevestigde moederbedrijf van Shell verantwoordelijk is voor olielekkages in Nigeria, mogen niet worden ingezien.
De rechtbank geeft daarvoor als reden dat pas inzage kan worden gegeven als voldoende is onderbouwd dat Shell aansprakelijk kan zijn voor de schade als gevolg van olielekkages. Milieudefensie wijst er op dat een deel van die bewijzen nu juist uit de opgevraagde documenten bestaat. Andere belangrijke bewijzen voor deze aansprakelijkheid gaan later in de zaak nog geleverd worden. De rechtbank oordeelde eveneens dat Milieudefensie samen met de boeren kan blijven optrekken. Shell verzette zich vergeefs tegen het feit dat ook Milieudefensie als procespartij optreedt.
Wij betreuren de uitspraak van de rechtbank. Tegelijkertijd zijn we er van overtuigd dat zowel het moederbedrijf als de Nigeriaanse dochter van Shell uiteindelijk ook zonder de opgevraagde documenten aansprakelijk zullen worden gesteld voor de olievervuiling die het bedrijf op het land en in de visvijvers van de Nigerianen heeft veroorzaakt.
Geert Ritsema van Milieudefensie: “Het vonnis van vandaag maakt het voor ons lastiger om aan te tonen dat het hoofdkantoor van Shell in Nederland mede-verantwoordelijk is voor de lekkages in Nigeria. Maar, het doet niets af aan de groeiende stapel bewijsstukken die aantonen dat Shell in Nigeria op grote schaal het milieu vervuilt en de mensenrechten schendt.”
Milieudefensie wijst daarbij onder meer op een recent rapport van het UNEP -het milieubureau van de Verenigde Naties- over Ogoniland, een belangrijk deel van de olierijke Nigerdelta. Daarin wordt vastgesteld dat op tweederde van de plekken waar Shell zegt te hebben schoongemaakt nog steeds ernstige olievervuiling ligt. Bovendien constateert UNEP dat Shell zich niet houdt aan de wettelijke normen en interne procedures voor het opruimen van olielekkages.
Uit het vonnis van vandaag blijkt volgens ons dat transparantie bij grote ondernemingen ver te zoeken is. Multinationals zoals Shell trekken een rookgordijn van dochterbedrijven en onduidelijke BV's op. De bedrijven gebruiken dit om te voorkomen dat ze aansprakelijk gesteld kunnen worden voor schade die ze aanrichten aan het milieu en voor schendingen van mensen- en arbeidsrechten.
Ritsema: “Blijkbaar zit de wetgeving in Nederland zo in elkaar dat grote bedrijven belangrijk bewijs kunnen achterhouden.” Milieudefensie pleit al jarenlang voor meer transparantie. Zo zou het bijvoorbeeld voor iedereen inzichtelijk moeten zijn van welke dochterbedrijven een multinationale onderneming eigenaar is en wie de bestuurders zijn.
De rechtszaak van Milieudefensie en de vier Nigeriaanse boeren tegen Shell bestaat uit drie zaken rond olielekkages in de Nigeriaanse dorpen Oruma, Goi en Ikot Ada Udo. De zaken zijn in november 2008 begonnen bij de rechtbank in Den Haag, waar ook het internationale hoofdkantoor van Shell gevestigd is. De Nigeriaanse eisers zijn brodeloos geworden, nadat olie uit lekkende Shell-pijpleidingen over hun akkers en in hun visvijvers stroomde. Ze eisen dat Shell de achtergebleven olie goed opruimt en willen compensatie voor de geleden schade. We hopen dat in de hoofdzaak een zitting in de tweede helft van 2012 plaats zal vinden.