Er zit inderdaad een beetje kwik in spaarlampen en als een lamp breekt komen er dus kwikdampen vrij. Kwik is een giftige substantie, maar wel noodzakelijk in spaarlampen. De energiezuinige spaarlampen bevatten relatief weinig kwik - maximaal vijf milligram, terwijl een kwikthermometer wel drie gram kon bevatten - maar als een lamp breekt is het verstandig om voorzorgsmaatregelen te nemen.
Als een lamp kapot valt, kan er kort kwikdamp vrijkomen. De blootstellingsduur is kort en paniek is niet nodig, maar uit voorzorg is het belangrijk om niet klakkeloos een gebroken lamp op te ruimen. Zelfs blootstelling aan een kleine hoeveelheid kwik kan al duizeligheid en hoofdpijn veroorzaken. Milieucentraal adviseert om de mensen uit de kamer te halen en minstens vijftien minuten de ramen en deuren open te zetten. Bij het opruimen met bij voorkeur een papiertje moeten handschoenen gedragen worden. Stofzuigen is uit den boze. "Door te stofzuigen verdwijnen de kwikdeeltjes in je stofzuigerzak en die kunnen zo door het hele huis verspreid worden." De restanten moeten daarna in een plastic zak gedaan worden, waarna de tas naar het 'klein chemisch afval' gebracht moet worden. Het Nederlandse ministerie van VROM heeft zelf geen plannen om consumenten te waarschuwen. Wel benadrukt woordvoerster Paula de Jonge dat gebroken of kapotte spaarlampen om het kwikgehalte bij het klein chemisch afval horen en niet bij het gewone vuilnis. Ook benadrukt ze dat er maar weinig kwik terug te vinden is in de energiebespaarders. "Het kwikgehalte in spaarlampen moet voldoen aan wettelijke eisen en is gemiddeld de helft van wat wettelijk toegestaan is." Milieucentraal voegt daarnaast toe dat het schadelijke kwikgehalte in spaarlampen bij lange na niet opweegt tegen de besparing in het stroomverbruik. Wel zijn fabrikanten druk bezig om kwikloze spaarlampen te ontwikkelen.